De afgelopen maanden is herhaaldelijk gebleken dat België op internationaal vlak bijzonder slecht scoort als het op energie en milieu aankomt. In het begin van het jaar was er het rapport van Davos. We herinneren ons ook het artikel in een vorig nummer over de ronduit miserabele isolatiegraad van de Belgische woningen. Deze ligt op hetzelfde niveau als in zuiderse landen als Griekenland en Turkije en België is zelfs het enige land waar de isolatiedikte van de wanden niet meer is toegenomen sinds 1982. Dit heeft voor gevolg dat een Belgische woning voor verwarming per vierkante meter dubbel zoveel energie verbruikt als een Zweedse. Laat ons dan ook nog beseffen dat Belgen een rekord aantal vierkante meter per persoon bewonen. Samengevat, hoewel België voor energie bijna volledig afhankelijk is van import uit het buitenland, veroorloven we ons om de goedkoopste manier om energie te besparen (isolatie) links te laten liggen. Een onderzoek van het WTCB, het Wetenschappelijk technisch Centrum voor het Bouwbedrijf, toont aan dat ondanks de wettelijke K55-isolatienorm, de gemiddelde isolatiegraad van de nieuwbouwwoningen op K75 ligt. (K-waarden zijn normen voor isolatie. De K55 norm is een maximumnorm).
Ons land maakt ook zeer weinig gebruik van de warmte die vrijkomt bij de elektriciteitsproductie. Warmte-kracht-koppeling zoals dat heet staat in Denemarken in voor meer dan 40% van de elektriciteitsproductie in, 10% door windmolens, en voor meer dan 35% van alle ruimteverwarming. In België komt WKK vrijwel alleen voor in bedrijven met een enorme elektriciteits- en warmtevraag, die in het kader van de vrijmaking van de markt in heel Europa kunnen gaan shoppen. Het merendeel van de in België gebouwde WKK-installaties zijn er dan ook voornamelijk gekomen om de klanten aan de energiemaatschappijen te binden eerder dan omwille van het besparingspotentieel. De warmte die vrijkomt in kerncentrales en in grote met fossiele brandstof gevoede centrales wordt hier zoals bekend door middel van koeltorens aan de atmosfeer afgegeven. Het besparingspotentieel is dan ook enorm zonder dat we daarom nu in de kou zouden moeten zitten..
Op het vlak van elektriciteit doen we het al niet veel beter. De AMPERE-commissie, die de regering moest adviseren over de energievoorziening in de toekomst; komt tot de vaststelling dat ons land, na de VS, de grootste elektriciteitsintensiteit per eenheid bruto nationaal product kent van alle beschouwde OESO-landen. Zo verbruiken we voor elke duizend frank aan goederen en diensten die we met zijn allen produceren, dertig procent meer elektriciteit dan Nederland. Vaak wordt beweerd dat wij Belgen geen geld hebben om besparingsmaatergelen te bekostigen omdat ons land geen eigen energiebronnen heeft. Nederland daarentegen heeft zijn aardgas en kan daardoor budgetten vrijmaken. Zou dit echter niet juist een argument zijn om extra veel aandacht te besteden aan energiebesparing, vooral omdat de meeste investeringen daarin hoogst rendabel zijn? Ook hier een gigantisch besparingspotetieel zonder op comfort te moeten inboeten, of leven Nederlanders, Duitsers en Denen soms veel slechter dan wij?
Een derde aspect dat we niet uit het oog mogen verliezen is de energie die gebruikt wordt voor transport en mobiliteit. Spijtig genoeg valt ook daar te verwachten dat we niet al te goed scoren. Enerzijds leven we in zeer verspreide slagorde, waardoor de afstanden naar werk, winkels, ontspanning, administraties en scholen verhoudingsgewijs groot wordt. Bovendien wordt de automobielmarkt momenteel vrijwel volledig gedragen door de leasing-verkoop. Autogebruikers die er belang bij hebben zoveel mogelijk privé-gebruik te maken van de auto die de firma hen ter beschikking stelt, stappen nu eenmaal sneller in de auto dan wie zelf voor de kosten opdraait. Het is dan ook helemaal niet verbazingwekkend dat hogere brandstofprijzen in ons land vrijwel geen invloed hebben op het autogebruik. De invoering van CO2-/energieheffingen zal daar ook niet veel aan veranderen.
Met het Belgisch voorzitterschap van de Europese Gemeenschap in het vooruitzicht is er meer dan anders aandacht voor ons klimaatbeleid. De twee vervolgvergaderingen voor de voor het internationaal klimaatbeleid rampzalige COP 6 in Den Haag zullen doorgaan onder Belgisch voorzitterschap. Om internationaal geen al te slecht figuur te slaan moet België tenminste met een valabel klimaatplan komen. Daar wordt dan ook ijverig aan gewerkt, niet alleen op federaal, maar ook op gewestelijk vlak. Officieel ziet het er vrij goed uit. De Belgische onderhandelaars op CSD 9, de negende zitting van de commissie voor duurzame ontwikkeling van de UNO in New York, bevestigden vorige maand de strakke lijn die de Europse Unie tegenover Bush en zijn verwerping van het Kyoto-protocol inneemt. Staatssecretaris Olivier Deleuze heeft in de plenaire zitting zelfs een vurig anti-kernenergiepleidooi gehouden. Anderzijds zat er bij de aanwezige NGO's toch de vrees in dat België het protocol van Kyoto niet ou ratificeren zonder de VS. Deze vrees werd recent aangewakkerd door premier Verhofstadt bij de voorstelling van de Belgische prioriteiten voor het voorzitterschap.
Hoewel de grote lobby-groepen van de kernindustrie en de petroleumsector er nog opvallend aanwezig waren, leek het erop of hun aanwezigheid er eerder voor moest zorgen om niet helemaal weggestemd te worden, dan omdat ze bijzonder goede voorstellen hadden voor de toekomst. Zelfs bij grote organisaties zoals de OESO, de World Energy Council, die sinds de jaren dertig de internationale belangen van de energiemaatschappijen ter harte neemt, het Internationaal Energie Agentschap en de diverse afdelingen van de UNO zelf, blijkt men tot het besef te komen dat technologie alleen niet voor duurzaamheid kan instaan. De oplossingen voor de problemen in de wereld zijn eerder structureel. Zo kwam op de vraag hoe we het mobiliteitsprobleem moetsen oplossen steevast als antwoord dat de ruimtelijke ordening moet aangepast worden. Meer mensen op een kleiner oppervlak, beperking van de afstanden voor verplaatsingen, meer wandel- en fietspaden, beter georganiseerd openbaar vervoer. De bevolking van grootsteden ondersteunen dit ook.
Zo heeft de locale overheid in de miljoenenstad Bogota het gepresteerd van het openbaar vervoer ook figuurlijk op wieltjes te laten lopen. Bovendien werd een autovrije dag, waarbij de volledige stad, 30.000 ha, 14.000 km wegen, verkeersvrij werd, na de organisatie door nog meer mensen ondersteund dan voordien. Vooraf stond 60% van de bevolking achter het initiatief, achteraf werd dat 85%. het kan dus allemaal wel. Inmiddels worden elke zondag 120 km hoofdwegen voor gemotoriseerd verkeer afgesloten.
Op energiegebied deed zich hetzelfde fenomeen voor. Het officiële discours sluit nog steeds geen enkele technologie uit, ook kernenergie niet. De adviezen die de grote organisaties echter formuleren luiden helemaal in lijn met duurzame ontwikkeling: energie-efficiëntie en energiebesparing voornamelijk voor de energievretende industrielanden en WKK en hernieuwbare energie waar mogelijk.
Ecologische wijken in Nederland: toekomstige bewoners nemen zelf het initiatief om duurzamer te bouwen met meer aandacht voor groene energie (je ziet de zonnepanelen in de ramen). Ook meer ruimte voor gemeenschap en minder voor auto's (foto: Dirk Knapen)
Helemaal in de lijn van de Agenda 21, 'Think globaly, act localy', waren het in New York dan ook voornamelijk de locale besturen die met de meest concrete, succesvolle en ook elders werkbare oplossingen kwamen aandragen. Dat ziet er in België nog enigzins anders uit. Een stad als Eeklo die zelf een project met windmolens opzette en daar de bevolking ook achter kreeg blijft spijtig genoeg nog steeds een eenzame uitzondering.
Alle goede voornemens ten spijt lijkt het ook minister Stevaert, nochtans bekend om zijn krachttoeren, niet te lukken de structuren snel genoeg aan te passen. Zo wordt er nu eindelijk gewerkt aan een EPR, een EnergiePrestatieRegeling voor gebouwen, niet alleen woningen dus, die de volledige energiehuishouding beschouwt en dus veel ruimer is dan de isolatienorm. Alleen, in Nederland gaat men na enkele jaren ervaring met dit model op zoek naar effectievere systemen zoals de Deense energielabeling van gebouwen. Hierbij moet bij iedere verkoop van een gebouw, voor grote gebouwen zelfs elk jaar, een energielabel afgeleverd worden, dat aangeeft wat het te verwachten energie- en waterverbruik zal zijn. Aan elk label wordt een voorstel gekoppeld met suggesties voor de goedkoopste en meest efficiënte manier om de prestaties van het gebouw te verbeteren. Deze manier van werken heeft verscheidene voordelen. De bevolking wordt voortdurend attent gemaakt op het energie- en waterverbruik en alle gebouwen , niet alleen nieuwbouw, worden beoordeeld. Als het verbruik significant hoger is dan normaal te verwachten is er ofwel technisch iets mis of, en dat is een zeer belangrijk aspect, er schort iets aan het bewonersgedrag. Een te hoog verbruik kan wijzen op verspillend gedrag. Blijkbaar wordt ook op Europees vlak aan een dergelijk systeem gewerkt. Hoewel het in de drie jaar dat het in Denemarken bestaat en zeker effect heeft gehad, zijn ook de Denen nog op zoek naar systemen die nog betere resultaten zouden opleveren. De kans is reëel dat de Vlaamse EPR ingehaald wordt door verdergaande voorstellen van de Europese Unie.
Ook op vlak van hernieuwbare energie kan minister Stevaert zijn beleid niet doordrukken. Tot voor kort werd de eis om tegen 2004 tenminste 3% van de energie, niet alleen elektriciteit, maar ook warmte en transport, uit hernieuwbare bronnen te betrekken door een boeteclausule ondersteund. Vanwege de grote problemen om administratieve goedkeuringen te bekomen van hernieuwbare energieprojecten, windmolens, maar ook kleine waterkracht en biogasinstallaties, werd deze onlangs door de minister zelf in de praktijk ongedaan gemaakt. Energiemaatschappijen die voldoende projecten hebben zullen niet beboet worden. Daarmee ligt de bal in het kamp van al diegenen die bouwvergunningen voor hernieuwbare energieprojecten tegenhouden, voorlopig voornamelijk 'groene jongens' die met het voorzorgsprincipe in de hand elke evolutie tegen proberen te houden (van kleinschalige projecten zoals met windmolens). Hopelijk komen ze snel tot het besef dat ze daar vanaf nu mee in de kaart spelen van de energiemaatschappijen die niet liever willen dan dat er geen decentrale energieproductie hun machtspositie komt ondermijnen. Het grootste probleem met kernenergie is mogelijk niet eens de uraniumontginnings- of de afvalproblematiek, of het risico op kernrampen en kernwapenproliferatie, maar de gigantische investeringskost en de daaraan gekoppelde neiging van energieproductenten om, ondanks de vrijmaking van de markt, hun klanten aan zich te willen binden. men is er zich veel te weinig van bewust dat de druk van de aandeelhouders deze maatschappijen er toe brengt ontoelaatbare dingen te doen. Zo moest onze premier Dehaene in Kazachstan ooit de brokken gaan lijmen die Tractebel door zijn agressieve gedrag bij de bevolking gemaakt had. Bij de overname van onze energie- en afvalsector, Electrabel-Distrigas-Tractebel, door Suez, kondigde deze laatste in advertenties aan in de komende vier jaar de dividenden met 50% te zullen doen stijgen. Suez baseerde zich daarbij op het feit dat het zich meer en meer toelegde op die sectoren waar de bevolking niet zonder kan zoals energie, drink-en afvalwater, afvalbehandeling en telecommunicatie.
Door het wegvallen van de boetes indien niet aan de 3%-regel wordt voldaan komt de financiering van het fonds voor hernieuwbare energie in het gedrang, temeer omdat ook de input vanuit de vergoedingen voor hernieuwbare energieprojecten op terreinen van de Vlaamse overheid in vraag wordt gesteld. Dit is een van de redenenen waarom de aanbesteding voor een windpark op de tweede strekdam in Zeebrugge, dat een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren aan de groene energieproductie, overgedaan moet worden.
Wellicht zullen ook hier in België de initiatieven van de lokale besturen moeten komen die met steun van hun bevolking de problemen aanpakken. Het moment is gekomen voor beiden om zich te vinden in samenwerkingsverbanden in plaats van in strijd om de toelating en afkeuring van projecten.
Dirk Knapen
02/282.17.31
dirk.knapen@bblv.be
dirk.knapen@ecopower.be
Beleidsmedewerker energie bij Bond Beter Leefmilieu en bestuurder bij Ecopower cvba, die in samenwerking met de stad windmolens bouwt in Eeklo.
Enkele aandeelhouders van Ecopower hebben een werkgroep plantenolie voor energiedoeleinden opgezet. Zij willen het gebruik van zuivere plantenolie, geen biodiesel, in auto's en in microwarmtekrachtinstallaties promoten. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Dirk Vansintjan via info@ecopower.be of via GSM 0486 39 22 12.
Als men een hogere prijs moet betalen voor biologische producten, dan zal een groter deel van het inkomen naar voeding gaan en een deel van onze welvaart afkalven." Deze gevleugelde uitspraak is van de onderzoeker Gellynck en de landbouweconoom Viaene op de opiniebladzijde in De Standaard van 6 maart 2001.
Het is blijkbaar nog altijd niet doorgedrongen tot professoren, die studenten opleiden tot leiding geven in de samenleving, dat vooral onze voeding een belangrijk deel van onze welvaart is. Gezonde voeding, gezonde landbouw zijn het fundament van een gezonde samenleving, lichamelijk en geestelijk.
Als je respectvol omgaat met grond, plant en dier, dan ga je ook respectvol om met mensen.
En als je niet gezond bent, kan je niet genieten van die 'welvaart', waarover men het heeft.
Dezelfde heren professoren zien omschakeling naar kleinschalige grondgebonden -liefst biologische landbouw- niet echt zitten.
Luxevoeding en vernietigingslandbouw. De biologische landbouw krijgt het verwijt dat haar producten alleen maar door een beperkte groep kapitaalkrachtige consumenten gekocht kunnen worden. Welnu, geef ons alle miljarden die varkenspest, dioxinecrisis, dolle koeien, mond- en klauwzeer aan vernietiging kost(t)en.
Geef ons alle geld dat de samenleving betaalt en nog zal betalen om de milieuschade te keren die 'gangbare' landbouw aanricht door oppervlakte- en grondwater, lucht en bodem te vervuilen met pesticiden en overbemesting, met vernietigen en stockeren van overschotten, ontwrichten van de tweederde wereld door dumping. Er zijn nog tal van ondersteunende maatregelen of opkoopregelingen om de prijs en de boer of tuinder niet door de grond te laten zakken. En dan rekenen we nog niet alle sociale en psychische leed aan dat boeren en boerinnen wordt aangedaan. Hier is geen prijs op te zetten! Neem nu de golf aan zelfmoorden omwille van de schuldenlast op landbouwbedrijven: 'zelf'moord, die eigenlijk politieke moord is, want de vernietiging is structureel opgelegd.
Geef ons even de tijd en we zijn er zeker van dat we met zoveel geld (jaarlijks 1600 miljard Bfr. in de Europese Unie) een ecologisch en sociaal duurzame landbouw op de rails kunnen zetten. En… het zal geen retrolandbouw zijn, zoals Minister Gabriëls in de Zevende Dag van 11 maart stelde, want, nee we zijn niet van gisteren.
'Men' liegt dus, als men zegt dat gangbare voeding zoveel goedkoper is. Ook een heleboel transport- en energiekosten zijn niet verrekend omwille van de bijna nulbelasting op diesel en kerosine bij internationale scheep- en luchtvaart. Zó kan Europa in Senegal en Kenia spotgoedkoop ajuin, melkpoeder en diepgekoelde eieren dumpen op de locale markten. Dezelfde EU-overheid steunt dan langs de andere link(s)e hand ontwikkelingsprojecten, die juist de bedoeling hebben om kleine boeren aan te porren om ajuin te kweken, geiten en kippen te houden om hun levenssituatie te verbeteren. Maar… bij de prijs van de ingevoerde ajuin kunnen ze alleen maar passen. De Belgische dioxinekippen verpestten in 1999 de markten van Kameroen en andere landen. Daar is geen Afrikaanse kip tegen opgewassen.
Tenslotte bezet elke (intensieve) veehouder van onze 'veel-te-veel-dieren-samen-veeteelt' tussen de 10 à 40 hectare in de tweederde wereld voor zijn krachtvoer van soja, aardnoten, maniok, vismeel, etc. We aten té lang té veel vlees met té lange tanden.
De manier van produceren is verantwoordelijk voor de crisissen in de landbouw. Ook bij de consument begint het stilaan te dagen. De boer(in) treft nauwelijks schuld, alhoewel er altijd en in elke bevolkingsgroep stielbedervers zijn. Tal van boeren zijn wel te gemakkelijk ingegaan op de lokroep van 'de sector', de landbouwlobby, tot investeren en schaalvergroting. Daardoor reden zij zich vast in de spiraal van meer productie aan lagere prijzen, méér dieren, méér mest, méér problemen, minder milieubekommernis door de prijzendruk, meer chemie, meer pesticiden en diergeneeskundige middelen, meer schulden. Geen leven dus.
Een venster op de oplossing: boer(in) en consument moeten elkaar opnieuw vinden. Hoofdrol in dit proces ligt bij de vrouwen die doorgaans de aankopen doen en bijgevolg bepalen wat er geproduceerd wordt en wat aangeboden wordt in de winkels. Terwijl menig man bezig is met 'belangrijke' problemen kan de vrouw -en gelukkig meer en meer de huisman- de wereld zuiveren.
Tussen de omschakelende landbouwers en omschakelende consumenten enerzijds en de bestaande biologische producenten en consumenten anderzijds, kan een dynamiek en wederzijdse bevruchting/ondersteuning ontstaan. De eerste omschakeling voltrekt zich namelijk -moeizaam- in het eigen hoofd.
Tegelijk kan een nieuw landbouwbeleid op Gemeentelijk, Provinciaal, Vlaams, Belgisch en Europees niveau dit proces ondersteunen. Op wereldvlak moet één en ander heronderhandeld worden in de Wereldhandelsorganisatie, een WTO die op de eerste plaats democratisch dient te worden. De wereldmarkt(prijs) is een fictie. Voedsel blijft uiteindelijk nog dicht bij huis. Gemiddeld gaat slechts 10 % de wereldmarkt op, maar dié 10 % bepaalt wél de lage prijzen waar àlle boeren ter wereld elkaar zouden moeten om dood concurreren. We moeten wel eerst afstappen van de idee dat er maar één wet is en dat dit de wet van vraag en aanbod is. We hebben gezien waar dit toe geleid heeft. Nooit zoveel problemen samen gezien!
Wat zou het dan wèl kunnen worden? We schaffen elke exportsubsidie en elke inkomenssteun af. Dat geld stoppen we in de prijs aan de boer(in): een prijs die gekoppeld is aan de productiekost en die dus verschillend is in de diverse landen en regio's. Bovenop deze prijs komt een toeslag voor geïntegreerde bedrijfsvoering en een nog grotere toeslag voor biologische productie. Het wordt dus een prijsondersteuning aan de boer(in)(zoals dat gedeeltelijk in Zwitserland bestaat) voor een beperkte productiehoeveelheid per bedrijf. Meerproductie gebeurt aan wereldmarktprijs. Bedoeling is om maar zoveel te produceren als nodig is, met respect voor de natuurlijke en menselijke grenzen. De 'grenzen' zijn namelijk al lang overschreden, getuige de opeenvolgende crisissen waarin we ten onder gaan.
Tussenkomst geldt enkel maar, indien er voor de voedselzekerheid meer productie is en de prijs dreigt in te zakken.
De bedoeling is dat de producten uit de milieuvriendelijkste productie voor de consument de goedkoopste zijn. Dat zal een duurzame productie aanzwengelen.
Dit verhaal is niet zómaar een verhaal. Het is de vraag van boeren en boerinnen uit de Europese Boerenvereniging (CPE, 18 boerenorganisaties uit 11 Europese landen, waaronder Vlaams Agrarisch Centrum in Vlaanderen). Bovendien wordt deze visie wereldwijd gedragen door Via Campesina, de wereldwijde boerenorganisatie die een belangrijke rol speelt in de anti-globaliseringsbeweging. Recent pleitte Via Campesina met vertegenwoordigers uit alle continenten in Porto Alegre voor het recht van de volkeren op een eigen voedsel- en dus landbouwpolitiek, los van de WTO.
Mahatma Gandhi trok met een geit naar Londen. Hij was en is het symbool van burgerlijke ongehoorzaamheid, van onverzettelijkheid tegen een wereldimperium. Zijn spinnewiel stond voor autonomie en onafhankelijkheid van de Britse textielindustrie. De beroemde Zoutmars was de ultieme stoot die de Britse overheersing deed wankelen.
Op de internationale vrouwendag van 8 maart 2001 werden 270 geiten afgemaakt in Klemskerke. Vreedzaam verzet wees op de Grote Leugen. De Keizer(in) Europa staat sindsdien naakt. Boerinnen namen het woord. Ze staan in een lange traditie van verzet tegen macho-politiek, macho-economie. De Indische Chipkobeweging van duizenden vrouwen omarmen al 300 jaar de woudreuzen in de Himalaya: tegen het omhakken. Tégen de vernietiging. Vóór de diversiteit aan leven.
Stil, zonder commentaar, stond daar een collega-boer met een pasgeboren geitje. Enkele uren later werden zijn geiten thuis onder toezicht gesteld.
De onbekende, stille boer haalde alle kranten en de beeldbuis. De boer en het geitje: symbool van het begin van economische ongehoorzaamheid aan het nieuwe wereldimperium. Ongehoorzaamheid aan de mega-vernietigingsmachine. Ongehoorzaamheid aan de vernietigingsspiraal door de internationale vleeshandel en de Europese binnenmarkt van 1992 in gang gezet.
In tijden van vertwijfeling hebben mensen symbolen voor een nieuwe lente nodig.
Rolle De Bruyne, (biologische tuinbouwer)
Luc Vankrunkelsven, (mede-coördinator van Wervel)
I feel that the disease that are showing up in animals are coming from raising animals in a way that is further and further from their natural way of life. That we also over generations try to create the animals into what we want them to be as we have been doing to the Mother Earth with disastrous results. As we increasingly have less respect for the life that surrounds us, we start putting ourselves above this life. We need to remember that we are a part of all life and that our actions constantly carry a ripple effect.
When we raise an animal, we need to try to place ourselves in the life of that animal. We need to think in what way would that animal like to live with the resources that are available. To treat them with respect as all living things want to be treated. We need to remember that the feelings that you treat them with goes into them and in turn, that is what you take within yourself. Whether you are raising crops or animals this holds true. We need to get back to more Earth based values in not only the way we raise animals but in all aspects of our daily lives.
Mala Spotted Eagle, spiritueel leider van de Westeren Shoshone Indianen
Vanuit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Zwitserland is men van plan om 29 miljoen ton radioactief en ander giftig afval in Afrika te dumpen.
De informatie over de massale dumping is afkomstig van het Nigeriaanse secretariaat van de Basel-conventie. De Basel-conventie is een internationaal verdrag dat de export van toxisch materiaal van industriële landen naar ontwikkelingslanden verbiedt. Volgens het rapport gaat het om chemicaliën, slik van pesticiden, as, afvalolie en radioactief afval. Landen van bestemming zijn: Nigeria, Zuid-Afrika, Angola, Benin, Kongo-Brazzaville en Equatoriaal-Guinea. Per ton zouden deze landen 5 dollar (225 Bf.) krijgen. Dat is een fractie van de 3.000 dollar (135.000 Bf.) per ton die bedrijven zouden moeten betalen als ze hun afval in Europa of in de VS zouden recycleren. Dat westerse bedrijven met hun afval naar Afrika trekken, is niet verwonderlijk. De meeste Afrikaanse lande zijn wanhopig op zoek naar harde valuta om hun buitenlandse schuld af te lossen of hun betalingsbalans in evenwicht te brengen. De coruptiegevoeligheid van veel Afrikaanse overheden maakt ze erg kwetsbaar. Westerse afvalbaronnen maken ook dankbaar gebruik van oorlogssituaties om van hun giftig spul af te raken. In Somalië sloten ze dumpingsontracten af met verschillende krijgsheren. Toen twee journalisten enkele jaren geleden contact opnamen met de Britse afvalbaron Charles Deck en zich uitgaven voor potentiële cliënten, kregen ze dit te horen :" In Liberia hebben we een vijftigtal overheidsmensen die we elke maand betalen om hun bek dicht te houden. Zelfs als het om radioactief spul gaat, is er geen probleem. En als er iets misgaat met het afval, is dat het probleem van de zwartjes, niet het onze." Een aantal westerse zakenlui en beleidsmensen beschouwen deze 'waste for money-deals' als een goede zaak. Een topman van de Wereldbank omschrijft de dumpingpraktijken als een win-winsituatie. De laatste 15 jaar werden diverse verdragen afgesloten om deze toxische handel aan banden te leggen. De Basel-conventie (1989) werd door de jaren heen verstrengd. Verder bevat ook de Lomé-conventie, die de handelsrelaties tussen de EU-lidstaten en 66 ontwikkelingslanden regelt, een verbodsartikel over de import en export van gevaarlijk afval. Dan is er nog de Bamako-conventie van 1991, waarin alle landen van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid beloofden om vanaf april 1998 geen toxisch afval meer in te voeren. Al die verdragen hebben echter vooral tot gevolg dat de hele sector zowat ondergronds is gegaan en zich steeds meer als een maffiaorganisatie gedraagt. De afgelopen vijftien jaar kwamen milieuactivisten meer dan 1.000 dumpingpogingen op het spoor. Uit hun onderzoek blijkt dat de langetermijngevolgen van de toxische export desastreus zijn. Onlangs publiceerde Greenpeace een rapport over het Zwitserse Oceanic Disposal Management (ODM), een bedrijf dat zich specialiseert in het offshore dumpen van nucleair afval. Hieruit bleek dat bekende afvalbedrijven als Société Generale des Eaux en Lyonnaise des Eaux hun afval aan ODM verkopen die het dan verder verkoopt aan de Siciliaanse Cosa Nostra. ODM lijkt zich niet te storen aan de Basel- en de Bamako-conventies. In 1995 benaderde het bedrijf het Zuid-Afrikaanse atoomagentschap in verband met de dumping van hoog radioactief afval voor de kust van Kaapstad. Het materiaal was afkomstig uit de VS en EU-landen waaronder België. Toen ODM geen toestemming kreeg, ging het aankloppen bij maar liefst zestien andere Afrikaanse landen, waaronder ook de militaire junta in Sierra Leone. De firma stelde voor om radioactief en ander giftig afval op een eiland voor de Sierra Leoonse kust te storten. Op het eiland zou dan een luchthaven gebouwd worden, een verbrandingsoven, een kernreactor en een scheepswerf. Een totale investering van 77 miljoen dollar (3,5 miljard Bf.).
bron: De Morgen 19 mei 2001
Mond en klauwzeer bestaat al honderden jaren. Vroeger werden de dieren behandeld, alleen de meest zieke dieren stierven eraan. Aantasting van de dieren heeft geen gevolgen voor de gezondheid van de mens. Wel gaat vlees- en de melkproductie achteruit, en dat zet een zware economische sector als de grootschalige landbouw onder druk. Het kabinet Gabriels stelt dat het preventief 'opruimen' van dieren het enige haalbare middel is om een 'chaos' als in Groot-Brittannië in te dijken. Hoe ordentelijk ging het er dan in België aan toe? Alleen al in Klemskerke, naar de biologische geitenboerderij t'Reigershof toe, moeten we ernstige en pijnlijke blunders constateren. Heel de tijd door gedroegen de veterinaire diensten zich alsof er geen besmettingsgevaar was, waardoor het nemen van bloedstalen uitgesteld werd. En dan de draconische slachting: hier bleek het dan niet mogelijk om deze één dag uit te stellen tot de uitslag van de bloedtest gekend was. Een etmaal later bleek uit de bloedtesten dat de dieren kerngezond waren. Het afmaken van gezonde levende wezens is al verschrikkelijk op zich, ook het levenswerk van boer en boerin en onschatbaar genetisch kapitaal worden zomaar kapotgemaakt. En dit in een kleinschalig familiebedrijf dat biologisch teelt en een voorbeeld is van hoe landbouw hoort te zijn. De pijn van de getroffen boeren en boerinnen hebben we dan nog niet vermeld. (Seizoenen, VELT)
"De leegte in die stallen, geen lawaai, geen stro of eten dat je moet brengen, daar hebben wij de laatste weken nog het meest onder geleden"
" Ik zou toch eens een hartig woordje willen wisselen met Gabriëls. Over hoe mijn zoon van 13 nu zeker weet dat hij nooit de geitenboerderij wil voortzetten. En over hoe mijn dochter, die erg gehecht was aan de dieren, tot op het laatste moment bij hen in de stal zat."
"Ik heb nu al die steun, en ondertussen heb ik ook een vergoeding gekregen, maar als alleen de economie blijft tellen, worden die dieren dus niet ingeënt. Zogezegd omdat landen als Japan en de VS dat niet willen, hoewel de uitvoer naar daar miniem is. En geen vaccinatie betekent dat binnen de twee maanden een nieuwe mkz-crisis kan ontstaan"
(R. Devreese, geciteerd in De Morgen, 28/6/01)
Een dier inenten tegen MKZ kost 100 Bfr. (de huidige stock die bij het Federale Ministerie van Landbouw klaarligt kost zelfs maar 30 fr./stuk). In de Europese landbouw zijn er 300 miljoen MKZ-gevoelige dieren. Dat maakt dus 30 miljard Bfr. In Groot-Brittannië alleen al kost tot half maart 2001 de vernietingsspiraal 600 miljard Bfr.
(bron: Wervel)
De brandstapels in Groot-Brittannië stuurden meer dioxines de lucht in dan alle vervuilende bedrijven samen in dit land. Er wordt gevreesd dat de bodem waarop de deze schadelijke stoffen neerkomen voor verschillende jaren niet geschikt zal zijn voor het telen van voedingsgewassen. Voor het bestrijden van een ziekte die geen gevaar voor de volksgezondheid inhoudt, zou de volksgezondheid wel eens ernstig kunnen geschaad worden.
(Humo)
Je kan het Reigershof steunen op rekening nummer 523-080130058 van het Steunfonds Reigershof. Inl. VELT, 03/281.74.75
In deze brochure worden in 10 mythen de misvattingen op heldere wijze door feiten ontkracht. Een voorbeeld: mythe twee: 'biologische boeren kunnen niet voldoende voedsel produceren om alle mensen van voedsel te voorzien'.
Er wordt gesteld dat biologische boeren inderdaad gemiddeld minder produceren dan agrariërs die kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen inzetten en hun dieren intensief met krachtvoer en zgn « groei-bevorderaars » voeren. In Europa komt het percentage minderopbrengst van de biologische landbouw ongeveer overeen met de overschotten, die met aanzienlijke subsidiering uit belastinggelden, geproduceerd en weer vernietigd worden. De voedselvoorziening in Europa zou dus puur cijfermatig gewaarborgd zijn, indien er een volledige overschakeling zou zijn naar biologische landbouw. Een onderzoek in de VS wijst uit dat dit ook voor Noord-Amerika het geval is.
Verder zijn er hoopvolle voorbeelden in Tanzania, India, Senegal, waar biologische boeren een hogere opbrengst haalden dan in de conventionele teelt. Mexicaanse kleine boeren die zonder pesticiden en kunstmest telen, oogsten door mengteelt meer dan het dubbel dan in monoculturen.
Als de overmatige consumptie van vlees in de rijke landen zou verminderd worden, wat tevens uit het oogpunt van gezondheid en dierenwelzijn, en ecologisch en sociaal aan te bevelen is, zouden enorme hoeveelheden veevoer gespaard worden, waardoor een minderopbrengst door biologische landbouw gecompenseerd wordt. Verder is er bij de gangbare landbouw de financiële afhankelijkheid van de agrariërs, wat vooral voor de arme boeren uit de derde wereld een probleem is. In de brochure wordt verder uitgeweid over de negatieve ecologische gevolgen van het gebruik van chemicaliën.
Besluit: de geïndustrialiseerde landen kunnen zonder meer in hun voedselbehoefte voorzien met biologische landbouw. Studies wijzen uit dat dit ook voor de ontwikkelingslanden mogelijk is. Verder ontwricht het overmatig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest de basis van elke vorm van landbouw.
Op gelijkaardige worden voor 9 andere mythen de feiten t.o.v. vooroordelen en misvattingen gesteld.
Rudolf Steiner voorspelt gekke koeien in 1923 en wijst oorzaak aan.
... De os zou dus, indien hij zou beginnen met plots vlees te eten, zich opvullen met allerlei schadelijke stoffen.
Met name met urinezuur en urinezuurzouten (Harnsäure/Harnsäuresalzen) zou hij zich volstoppen.
Nu hebben zulke zouten een zwak voor het zenuwstelsel en voor de hersens. En het gevolg is dat indien de os zou gaan vlees eten, reusachtige hoeveelheden van die urinezuurzouten zich zouden afzonderen in hem. Die gaan dan naar de hersens en de os wordt gek…
(voordracht van 13 januari 1923)
Overgenomen uit de Wervel-krant: Bewuste boeren, bewuste consumenten, maart 2001)
De grootheid en de morele vooruitgang van een natie kunnen worden beoordeeld aan de wijze waarop haar dieren behandeld worden.
(M. Gandhi).