Duurzame Ontwikkeling

De inheemse volkeren en de invasie van ecotoeristen

Toen de toeristen kwamen?

Lied van een Senegalese troubadour-visser

Toen de toeristen kwamen Toen de toeristen kwamen
veranderden onze mensen. was er steeds minder te eten
Ze wilden iets van zichzelf tonen.
De prijzen gingen enorm omhoog.
Het leek wel carnaval. Het werd heel moeilijk voor ons.

Toen de toeristen kwamen Toen de toeristen kwamen
legden onze mannen hun netten opzij.
mochten wij niet meer naar onze stranden.
Ze deden niets meer De hotelmanagers zeiden :
het strand is nu verboden voor dorpelingen.
en onze vrouwen gingen tippelen.

"ECO-TOERISME", tracht al te vaak zijn handen in onschuld te wassen en wendt de ecologie aan om toerisme aan te praten en wil iedereen doen denken dat er met hun eco-toerisme geen vuiltje aan de lucht zou zijn. De meeste mensen willen graag goed zijn voor het milieu. Maar vaak blijft het bij mooie voornemens. Toeristen bijvoorbeeld, zijn een enorme belasting voor de natuurlijke omgeving. Als begrip is ecotoerisme te vergelijken met diervriendelijk slachten of een milieuvriendelijke auto. Het is een innerlijke tegenstrijdigheid, een contradictio in terminis. Toerisme is en blijft consumptie, massaconsumptie meer en meer, en niet zo een beetje ook.

Toerisme is, hoe dan ook, milieubelastend.

Een transatlantische vlucht voor "één" (1) persoon komt overeen met 12 procent milieudruk van een gemiddeld huishouden over een heel jaar. Een reis naar Indonesië kost 28 gigajoules energie per persoon. Dat is de optelsom van de directe energie van de verstookte brandstof en de indirecte energie van de verstookte brandstof en de indirecte energie voor het bouwen van het vliegtuig. Zelfs een jaar lang autorijden (met een gemiddelde van 6.000 kilometer, kost minder : 26 gigajoules. Een moderne vakantie belast het milieu dus flink en wordt niet teniet gedaan door ecotoerisme, dat dus niet beter is dan gewoon toerisme, alleen de ecotoeristen krijgen er een geruster geweten van en geeft hen een zekere standing tegenover de zonnekloppers-bruinbakkers.

In 1999 hielden Nederlanders 7,6 miljoen lange vakanties in het buitenland. In België verhoudingsgewijs zelfs meer. Vier miljoen keer gingen de Nederlanders met het vliegtuig en vaak was dat voor een tweede of derde vakantie. In België zijn er steeds meer die zelfs tot vijf keer per jaar met het vliegtuig op vakantie gaan naar het buitenland, en steeds naar verdere bestemmingen. Zelfs ter plaatse doen ze dikwijls trips in grote landen naar een of andere verafgelegen plaats, voor 2 of 3 dagen.

Steeds minder wordt in het land het plaatselijk vervoer trein of bus gebruikt : tijdverlies, te stofferig of de medereizigers bevallen hen niet, wegens te arm, te onhygiënisch of van een vreemd ras of om onbegrijpbare culturele gewoontes. In de hoge inkomensgroepen is het gemiddelde van twee uitgebreide vakanties al zogoed als bereikt. In dat gemiddelde zit ook iedereen die maar één keer gaat of thuisblijft. Steeds meer mensen kunnen dat gemakkelijk betalen, vele reizen worden goedkoper zelfs, en dus doen ze het vier à vijf keer per jaar.

Toerisme - een niet te verantwoorden volksverhuizing

Toerisme is een permanente volksverhuizing geworden, met 670.000.000 toeristen en 115.000.000 werknemers in de branche wereldwijd. Met een geschatte omzet van 600.000.000.000 $ (150 miljoen eur) per jaar is dat goed voor de consumptie-economie. De toerismebijlagen van de kranten zijn een fantastische inkomstenbron voor uitgevers. Maar al dat reizen gaat gepaard met een grote hoeveelheid niet-duurzame energie, vervuiling en ruimtebeslag.

Naar een tropische bestemming vliegen om daar "ecologisch verantwoord" het oerwoud te bezichtigen, is als met een zware vrachtwagencombinatie naar de bakker rijden om een biologisch bruin brood te kopen. ECOTOERISME BESTAAT NIET, of het zou een fietsvakantie moeten zijn in Europa of een tramrit langs de kust. Regenwouden zijn er om gerust gelaten te worden. Gezien vanuit het milieu is vliegen een asociale, anti-ecologische activiteit.

Binnenlands toerisme even schadelijk voor het milieu.

Ook het binnenlands toerisme en de ontspanningsmogelijkheden hebben gevolgen voor het milieu. Volgens het ingenieursbureau Tauw was die sector in 1996 al verantwoordelijk voor 4 procent van de nationale milieubelasting. Voor dagtochten, attractieparken, zwemparadijzen en andere binnenlandse recreatie werden 47 miljard autokilometers in Nederland alleen al afgelegd. Binnenlands toerisme slokt 100.000 hectare grond, 520 miljoen kubieke meter gas en 1,4 miljard kilowattuur stroom op en veroorzaakt 255 miljoen kilo afval. Vakantienemende en -vierende landen hebben een koude douche nodig om zich te realiseren dat het milieu op vrije dagen gewoon doordraait. Dat besef bestaat nu nog niet. Voor de meeste mensen valt vakantie buiten de categorie bestedingen waarin het milieu wordt meegewogen, zo stelde de onderzoekers van de vakgroep sociale- en organisatiepsychologie van de Rijksuniversiteit Groningen vast. Ze peilden binnen een representatieve groep van zeventienhonderd Nederlanders wat die persoonlijk niet overhadden voor het milieu.

  • We gaan thuis niet al die stand-by knopjes uitzetten, antwoordde 13 procent.
  • We willen zeker niet minder met de auto rijden, zei 37 procent.
  • En we willen vooral niet dichter bij huis op vakantie, antwoordde 48 procent.
  • Bijna de helft wil niets met het milieu te maken hebben op vakantie.

    De toerisme sector zelf weet beter, maar doet nog weinig om de verbruiker te beïnvloeden. In 1999 besloot een milieuwerkgroep van de ANVR, de vereniging van reisbureaus, een rekenmodel te laten ontwerpen voor de milieueffecten van reizen. Wie in 2000 een reis boekte, zou een uitdraai kunnen krijgen waarin wordt voorgerekend hoeveel energie die reis kost en hoeveel vervuilende stoffen en broeikasgassen ermee worden uitgestoten.
    "Zodat de verbruiker naast de prijs en het confort ook het milieu kan laten meewegen", zegt dir. G. Couvreur van het ANVR.

    Zijn er perspectieven voor milieuvriendelijk reizen?

    Vooralsnog is het bij een idee gebleven. Milieu blijkt een moeilijk onderwerp waarvoor binnen de vervoersector weinig draagvlak bestaat. Men wil de kip met de gouden eieren nog even laten leven. Toch bestaat er een relatief eenvoudige manier om het broeikaseffect van vliegen te compenseren : reizigers zouden met de aanleg van extra bossen (die kooldioxide absorberen) hun bijdrage aan de uitstoot van dat broeikasgas kunnen compenseren of : "BOMEN VOOR REIZEN". De reisorganisaties ondersteunen dit project niet. Een 'heen en terug' Amerika zou 60 eur extra kosten en een trip naar het Verre Oosten 90 eur. Een vlucht naar Maleisië wordt 10 procent duurder.
    Couvreur : "Wij redeneren zo : als dat systeem goedkoper zou zijn, zouden waarschijnlijk meer mensen er gebruik van maken. Zo bereik je misschien toch je doel".

    Ook de milieubeweging loopt er trouwens niet warm voor : voor één volle vakantiecharter binnen Europa zou al meer dan honderd hectare nieuw bos aangeplant moeten worden. Er is simpelweg te weinig ruimte om ieders vlieggedrag op zo een manier te compenseren. Het enige dat helpt, stellen de milieuorganisaties, is verandering in het reisgedrag en het zoeken van bestemmingen dichter bij huis.

    De zogezegde positieve kanten van ecotoerisme

    Bijna overal leest men over de voordelen, over werkverschaffing, over de in standhouding en restauratie van historisch waardevol cultuurpatrimonium, en nog tientallen andere voordelen, vooral voor de Derde Wereld. We willen niet meehuilen met de wolven van het toerisme, maar alleen dit : zolang we geen veranderingen aanbrengen in de uitbuitende wereldstructuren, zullen de plaatselijke regeringen afhankelijk blijven van zulke onzekere inkomsten.
    Omwille van enkele koeien bv. in Bolivia die een erg besmettelijke ziekte zouden hebben, wordt er, om onze veestapel te redden alle toerisme naar dat land verboden. Of de dreiging van eventuele fundamentalistische groepen in Egypte, die alle toerisme afschrikken. Nooit zal ecotoerisme, of het andere, "normale" toerisme, Derde Wereld-landen structureel ontwikkelen, zolang grondstoffen, afgewerkte producten, landbouwproducten, enzovoort geen rechtvaardige prijs krijgen, en de lage loonlanden geen normale, rechtvaardige lonen kunnen betalen .

    Indoctrinatie en toerisme, de laatste kolonisator.

    Om de lokale bevolking de Westerse waarden aan te praten, word de massa-media ingezet. Amerika stuurt jaarlijks 150.000 TV-uren naar de Derde Wereld die de Westerse waarden verspreiden. Ook en steeds meer brengt toerisme Westerse waarden de Derde Wereld binnen.

    De lokale bevolking wordt, vooral via het toerisme, met levendige en levende reclame, de voordelen van de Westerse beschaving aangepraat als het te volgen model. De lokale cultuur imiteert gedrag en smaak van de toeristen. De traditionele cultuur ontwaardt en verdwijnt. Sinds 1945 hebben de VS hun technieken van ideologische en culturele penetratie vervolmaakt. Al 50 jaar worden bijna alle politieke, culturele, educatieve en sportorganisaties in Latijns-Amerika bezocht door Noord-Amerikaanse organisaties. Onderzoek, toerisme, techniek, hulp of reclame : alles helpt om de VS-ideologie te verspreiden zodat de Derde Wereld-bewoners van de superioriteit van de VS-waarden doordrongen worden om ze uiteindelijk over te nemen zonder in opstand te komen.

    Ten tijde van de veroveringen werden miljoenen mensen gedood, Afrikanen verkocht als slaven, Indianen afgemaakt met miljoenen. De reizen van de kolonisten moesten renderen, kost wat kost. Om overal de bodemschatten te kunnen plunderen, brak men met de wapens elke weerstand van de bevolking tegen de verovering. Vandaag controleren Europa en de VS de neo-kolonies met een uitgebreid militair- en politioneel apparaat, dat hun belangen en die van de monopolies moet veilig stellen. Meer en meer steunt het Westen op lokale legers om de orde in de Derde Wereld te handhaven. De verantwoordelijke voor de Amerikaanse hulp, generaal Warren, zei in 1970 : "Het Pentagon levert hulp aan de landen van de Derde Wereld voor het in stand houden van legers en para-militairen om de binnenlandse veiligheid te verzekeren, onontbeerlijk voor de politieke, sociale en economische ontwikkeling."

    In 1920 waren de VS in drie landen militair aanwezig, en in 1970 in 64 landen. Frankrijk heeft basissen en militaire allianties in Afrika. Daarmee behoudt het zijn invloed in zijn ex-kolonies en kan het snel optreden voor eigen rekening of voor het geheel van de Westerse grootmachten.

    Pablo Franssens


    Minder schadelijke oplosmiddelen in verven

    De federale Ministerraad kwam op 30 juli 2002 tot een akkoord over de vermindering van voor mens en milieu schadelijke oplosmiddelen in verven.

    Concreet gaat het hierbij om een vermindering van het gehalte aan vluchtige organische stoffen (VOS) in verven.

    De normen werden in overleg met de betrokken sectoren (Belgische Federatie van verven en vernissen, Belgische Confederatie van Autohandel en - reparatie en de Belgische Federatie van Distributeurs) vastgelegd op basis van verschillende studies.

    Vluchtige organische stoffen zijn één van de belangrijkste veroorzakers van troposferische ozon ('zomersmog'). Zij zorgen voor belangrijke milieu - en gezondheidsproblemen. Daarenboven vormt het intensieve gebruik van producten met VOS vooral belangrijke gezondheidsrisico's voor professionele gebruikers. Zo zou het organisch psychosyndroom (of de zgn. schildersziekte) veroorzaakt worden door deze vluchtige organische stoffen.

    Naast een negatieve invloed op de gezondheid, in het algemeen, leiden deze stoffen bij occasionele, niet-professionele gebruikers tot tijdelijke lichamelijke ongemakken zoals hoofdpijn en duizeligheid.

    Dit initiatief past in een geheel van maatregelen die eerder aangekondigd werden met het oog op de bestrijding van de troposferische ozon en de verzuring. Zo werden eerder reeds maatregelen genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren.

    Voorbeelden zijn:

  • aanmoediging van LPG-voertuigen door de toekenning van een premie;
  • vermindering van het zwavelgehalte van benzine en diesel tot een gehalte dat 7 maal onder de Europese norm ligt;
  • vermindering van de belasting op in verkeerstelling van voertuigen die minder vervuilend zijn.

    Europa legt de lidstaten strenge reductienormen op voor stoffen die de luchtkwaliteit aantasten. Dit betekent onder meer dat België tegen 2010 zijn zwaveluitstoot met ongeveer 75%, zijn uitstoot van NOx met 48% en de uitstoot van Vluchtige organische stoffen met 58% zal moeten verminderen.

    Het gevolg hiervan is dat ook voor de nabije toekomst nog bijkomende maatregelen op stapel staan.
    Bron: Netwerk Bewust Verbruiken, waarvan Voor Moeder Aarde lid is.


    Week van de Biologische Landbouw slaat af met 141 gecertificeerde bakkers.

    In de schaduw van het Duitse bioschandaal werd in Vlaanderen de week van de biologische landbouw een succes. De doelstelling om, in het kader van het centrale thema 'Graan en brood', bakkers aan te moedigen om biologisch brood te gaan bakken is geslaagd. Momenteel hebben reeds 141 bakkers in Vlaanderen en Brussel het felbegeerde biocertificaat en kunnen dus ook zelf biologisch brood bakken. Dit is een veelvoud van de 18 gecertificeerde biobakkers voor de start van de actie. Een forse stijging dus.

    In de bakkerijsector is er immers nog heel wat werk aan de winkel om bio te laten doorstoten. Wie Anno 2002 een biobrood wilde kopen moest noodgedwongen naar de natuurvoedingswinkel of de supermarkt. Er waren nauwelijks warme bakkers die biologisch brood bakken. Daar wilde het Vlaams Platform voor de Biologische Landbouw onder de noemer 'warme bakkers bakken bio' verandering in brengen. Momenteel zijn ze er, met de 141 nieuwe beperkte biobakkers, al goed in geslaagd maar het kan beter.
    Vanuit het Platform werden alle Vlaamse en Brusselse bakkers persoonlijk aangeschreven met de vraag of zij geïnteresseerd waren in bio. Samen met de beroepsorganisatie Vebic en de controleorganisaties Ecocert en Blik werd een inschrijvingspakket opgemaakt voor bakkers die met een beperkte bioproductie willen starten. Het pakket bevat alle nodige achtergrondinformatie en formulieren die nodig zijn om te voldoen aan de wettelijke vereisten. Bovendien genieten deelnemende bakkers van een voordeeltarief bij de controleorganisaties. Toch blijft het voor veel bakkers een hele opgave om met bio in zee te gaan. Uiteindelijk moeten zij, net als de biolandbouwers, als kleine ondernemer rekening houden met talrijke bijkomende inspanningen: extra administratie door de biocontrole, nieuwe grondstoffen, de scheiding tussen bio en niet-bio moet op elk punt in de productie kunnen gegarandeerd worden, enz.

    De bio-oproep aan de bakkers kon op een brede ondersteuning vanuit de sector zelf rekenen. De verschillende beroepsorganisaties riepen hun leden-bakkers op om deel te nemen aan de actie. Maar ook de grondstoffenleveranciers deden hun duit in het zakje door hun bio-assortiment uit te breiden. Zo ontwikkelde de firma Zeelandia speciaal een 'bio-pandabroodje' en de firma Vandemoortele een assortiment biomargarine voor de bakkerijsector.

    Ook de consument zal het hele jaar door aangemoedigd worden om biologisch brood te kopen. Onder het motto 'Bakt jouw bakker ze ook bio' vragen wij de klanten om hun bakker te laten weten dat zij graag biobrood zouden willen kopen. Hiervoor diende een speciale postkaart die verspreid werd via de aankondigingsfolder van de bioweek, het campagnemagazine en de 10 op 10-website.

    De week kaderde in de campagne '10 op 10 voor de Biologische Landbouw'. Met deze campagne wil het 'Vlaams Platform voor de Biologische Landbouw' bereiken dat tegen 2010 in heel Vlaanderen 10% van de landbouw biologisch is. Ondanks alle inspanningen maakt de biologische landbouw nu nog steeds maar 0,63% uit van het totale landbouwareaal in Vlaanderen.

    Meer informatie: Christophe Mouton
    tel.: 02/282.17.42
    e-mail: christophe.mouton@bblv.be http://www.bio10op10.be