Bulletin Voor Moeder Aarde

Zomer 2003


Duurzame Ontwikkeling

Gent Ecologisch Centrum

Ontwapening

Inheemse Volkeren/Mensenrechten


Bulletin Voor Moeder Aarde - zomer 2003

Driemaandelijks tijdschrift, jaargang 12, nummer 2, zomer 2003.




Bio dicht bij huis





Waarom bio van dichtbij? Biologische boeren doen inspanningen voor het milieu. Ook consumenten kopen bio in naam van het milieu. Biovoeding die duizenden kilometers afgelegd eer het op ons bord komt... dat klopt niet meer met de ecologische bekommernissen van bioboer en bioconsument. Daarom is het belangrijk te kiezen voor bio van dichtbij.


(Foto: sergej Bykov)

Energie in de weegschaal
De biologische landbouw gebruikt geen kunstmest en geen pesticiden. Dat betekent niet alleen geen grondwater- en andere vervuiling, het spaart ook energie, want voor de productie van kunstmest is véél energie nodig. Dat is een van de redenen waarom voor de voeding van een gangbare koe vijf keer zoveel energie nodig is als voor het rantsoen van haar biologische zus.

Bio spaart dus energie. Maar dat kan je in één klap tenietdoen als biologische producten over verre afstanden worden vervoerd. Vooral het vliegtuig verslindt energie. Een biowortel overgevlogen uit Nieuw-Zeeland vergt 235 keer zoveel energie dan de energiebesparing dankzij de biologische teelt. In calorieën uitgedrukt kost het eindproduct soms méér energie dan het oplevert voor de mensen die het eten.

Aardolie: op is op
Vliegkilometers zijn erg vervuilend. De brandstof is kerosine, die komt van aardolie. Bij de verbranding komen er broeistofgassen vrij. En het is een eindige energiebron. Als we er niet wat spaarzamer mee omgaan zijn de voorraden binnen een halve eeuw voorgoed uitgeput.

Commercie
Meer dan de helft van de biologische producten in Vlaanderen komen uit het buitenland. Import uit Nederland of Frankrijk, daar kan je op Europese schaal niet altijd buiten. En voor sommige producten is invoer onvermijdelijk. Biologische bananen, thee, koffie en avocado's zul je in Europa niet zo gauw vinden. Consumenten willen ook die lekkere producten kopen, hoewel je natuurlijk ervoor kan kiezen om ze te beperken. Toch is tropisch fruit bijvoorbeeld maar een fractie van de import.
Er zijn immers nog andere redenen waarom er zoveel wordt ingevoerd. Om te beginnen is de brandstof te goedkoop. Op de kerosine voor de luchtvaart moeten noch accijnzen noch btw betaald worden. Dat brengt mee dat in de prijs van de producten die per vliegtuig aangebracht worden, de totale milieukost niet in verwerkt is. Verder is er de schaal van de markt. Vlaanderen is klein en de vermarkting is er nog niet zo goed georganiseerd. Daardoor is het aanbod beperk, versnipperd en duurder. Veel inkopers kopen voor een constante aanvoer van grote hoeveelheden. Ze vermijden liever tijdrovende onderhandelingen met veel verschillende leveranciers. Groote hoeveelheden tegelijk aankopen maakt de zaak goedkoper, zelfs al komen die producten van ver. Indien de milieukosten in de prijs van het product zouden doorgerekend zijn, zou de situatie er al wat anders uitzien. Verder is ook buitenlandse aanbod gevarieerd. Dus importeren inkopers tomaten uit Marokko of peultjes uit Kenia. Het gevolg: de afzet en de prijzen van de binnenlandse producten komen onder druk te staan. Dat zet gangbare boeren allerminst aan om over te stappen naar biologische landbouw.
En daarmee is de cirkel rond: het binnenlandse aanbod blijft klein, het buitenlandse groot en dus 'gemakkelijk' in te kopen.

Werk aan de biowinkel
Bio hoeft niet mee te draaien in die mallemolen. De overheid moet meer middelen voorzien om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Omschakeling naar biolandbouw moet financieel aantrekkelijk worden. Een lagere btw-heffing op bio en subsidiëring van de controlekosten van biobedrijven kunnen daarbij helpen. En een energietaks op kerosine natuurlijk ook. Producenten kunnen prijsafspraken maken en zich in groep organiseren, zoals dat recent gebeurde in de coöperatie 'Biomelk Vlaanderen'.

Als klant kan je de verkoper' vragen waar zijn biologische worteltjes vandaar komen. Want via de wet van vraag en aanbod heb je ook als consument een niet te onderschatten wapen in je handen. En wil je de marktmechanismen te vlug af zijn dan ben je nog het best gediend bij de boer zelf. Je kan terecht in de boerderijwinkels, Voedselteams, groenteabonnementen of bij een natuurvoedingswinkel of supermarkt die inkoopt in Vlaanderen.

Het klassement:
Veel van onze geïmporteerde groenten komen per vrachtwagen uit Zuid-Europa. Hoe groter de vrachtwagen, hoe beter de energiebalans. Zongerijpte tomaten uit Spanje, vervoerd per vrachtwagen, verbruiken tot 10 keer minder energie dan tomaten uit gestookte Nederlandse serres.

Niet bederfelijke voedingsmiddelen uit andere continenten zoals rijst, komen meestal met de boot. Boontjes, ananassen en andere minder houdbare producten worden meestal overgevlogen.

Hieronder zie je cijfers over de hoeveelheid energie per transportmiddel verhoudingsgewijs nodig is om een kilo landbouwproducten te verhandelen.

Boot over zee: 1%
Boot over rivier: 5%
Trein: 8%
Vrachtwagen: 20 tot 80% (afhankelijk van de grootte van de vrachtwagen)
Vliegtuig: 100%.

(Bron: Dutilh en Kramer, 2000.)
(bron: brochure met programma van de week van de biologische landbouw, juni 2003)



< voorgaand artikel ------ volgend artikel >