Bulletin Voor Moeder Aarde

Zomer 2003


Duurzame Ontwikkeling

Gent Ecologisch Centrum

Ontwapening

Inheemse Volkeren/Mensenrechten


Bulletin Voor Moeder Aarde - zomer 2003

Driemaandelijks tijdschrift, jaargang 12, nummer 2, zomer 2003.




Het verhaal van Sacajawea




In deze tijden is het gebruikelijk naar een tolkenschool te gaan indien men tolk wil worden. Indien men over de nodige aanleg beschikt, kan men zo vrij makkelijk en comfortabel de talen en het vak leren. Dat was echter niet altijd zo. Tolkenscholen zijn immers vrij recente instellingen.

In de Verenigde Staten van Amerika is één van de best bekende levensverhalen van een tolk het verhaal van Sacajawea. Haar leven verliep zeer stormachtig. Op zeer jeugdige leeftijd werd in 1800 het Shoshoni meisje dat "Graskind" heette geroofd door de Minnetaree Indianen, een vijandige stam. Het roven van paarden van een vijand werd niet beschouwd als stelen, maar als een krachtmeting van moed en slimheid. Het roven van kinderen en vrouwen om ze als slaven te gebruiken laadde daarentegen een ontzaglijke bloedschuld op de daders. Ze zag hoe haar moeder werd gedood en ontdekte de scalp van haar vader aan de kolf van het geweer van de man wiens slavin ze werd. Ze vervulde haar taken snel en nauwgezet en leerde stilaan de taal van de Minnetaree: eerst de gebruikelijke bevelen als "vlug wat, sta op, daarginds, wees stil, kom terug ..." Hoewel zij de taal moeilijk vond, vol keelgeluiden en rollende r's was ze toch vastbesloten om te leren verstaan wat er gezegd werd. Na enige tijd erkent men dat ze een bijzonder iemand is en wordt niet langer als een Shoshoni beschouwd. Men geeft haar een nieuwe naam: Vogelvrouw: Sacajawea.


Zij leert de gebruiken en de verschillende eetgewoonten van de Minnetarees kennen. Zij sluit vriendschap met een grote zwarte hond die haar beschermt. Wanneer de hond gedood wordt, is ze zo verdrietig dat men beslist dat dit onaanvaardbaar is en met een Metaharta krijger wordt zij voor een oude zwarte kraai geruild. In het gezin van deze man wordt ze als een dochter opgenomen en goed behandeld. Later wordt ze ingezet in een gokspel en wordt zij gewonnen door de ruwe Charboneau die een Frans Canadese vader heeft en een Sioux moeder.

Zij wordt de derde vrouw van Charboneau en trekt met hem naar het Mandan dorp waar de kapiteins Lewis en Clark de winter doorbrengen om hun expeditie naar de westkust van Amerika voor te bereiden. In opdracht van president Jefferson moeten zij het onbekende Amerika in kaart brengen. Charboneau wordt als tolk en gids aangeworven en Lewis en Clark beslissen ook één van de Shoshoni vrouwen van Charboneau mee te nemen. Zij wensen immers bij de Shoshoni's paarden te ruilen en informatie te krijgen over het verder verloop van de weg. De keuze was tussen Ottervrouw en haar. De keuze valt op Sacajawea omdat ze "spirit" heeft en niet zomaar een squaw is die slaafs alles doet wat haar gezegd wordt. Zij heeft een goed geheugen en lef. Bovendien zou ze voor het vertrek van de expeditie op het einde van de winter bevallen. Het reizen met een jonge moeder met een papoose zou zeker de stammen die ze passeren overtuigen van hun vreedzame bedoelingen zodat men niet denkt dat de expeditie een troep krijgers is. Zij kent inmiddels ook al wat Frans dat ze van Charboneau heeft geleerd. Charboneau wordt dus aangeworven niet omwille van zijn eigen kwaliteiten maar omwille van Sacajawea.

Een tolk werd toen 25 $ per maand betaald. Drouillard was verkenner en jager en tolk voor Lewis. Hij kon behoorlijk schrijven en kende de handteken-taal die de lingua franca van de vlakten en de Rocky Mountains was. Zijn moeder was Shawnee en zijn vader Pierre een vriend van Clarks broer. Lewis vond het loon dat hij hem uitbetaalde het beste bedrag dat hij ooit had uitgegeven.

Wanneer zij bij haar stam de Shoshoni's aankomt en de "Mensen" terugvindt, verliest ze hen eigenlijk ook weer meteen omdat zij dingen doet en een positie inneemt die geen vrouw eerder heeft bekleed. Zij wordt door de blanken gevraagd deel te nemen aan de raadsvergadering, waar normalerwijze enkel mannen op aanwezig zijn. Zij moet dit aan de andere vrouwen uitleggen: "Het is niet omdat ik een squaw ben en zij krijgers zijn. Het is omdat ik de taal van de Shoshoni's spreek en de blanke mannen niet. Ik kan uit hun naam tot de Mensen spreken." En hoewel de vrouwen dat begrijpen, vinden ze toch dat Sacajawea zich niet gedraagt als het hoort. Zij doet dingen anders dan de andere vrouwen en ziet de plaats van de vrouw ook heel anders. Men vindt eigenlijk dat zij zich als een man gedraagt.

In het reisdagboek van Captain Clark staat geboekstaafd dat Sacajawea vertaalde van het Shoshoni in het Minnetaree, Charboneau van het Minnetaree in het Frans, als hij de Engelse equivalenten niet kon vinden en Labiche vertaalde dan weer van het Frans naar het Engels. Men schrijft daarover: Het ging zo wel heel langzaam, maar het was de enige manier waarop iedereen kon begrijpen wat er werd gezegd."

Later waren er ook rechtstreekse gesprekken tussen kapitein Clark en haar broer, het opperhoofd van de Shoshoni's waar zij met handtekens en de paar woorden Engels die ze inmiddels kende de problemen die ze zouden tegenkomen bij hun verdere tocht naar het westen, vertolkte.

Voor haar vertrek van bij de Shoshoni's samen met de expeditie geeft zij volgende verklaring: "Ik ben een rollende steen, een rusteloos iemand, die wordt aangetrokken door elk nieuw ding dat aan gene zijde van de bergen ligt."

Tijdens de barre en uitputtende tocht over de bergen redt zij meer dan eens het leven van de expeditieleden door altijd wel wortelen of iets anders eetbaars te vinden. Haar aanzien groeit vooral bij Captain Clark die haar belooft voor de opvoeding van haar zoontje in te staan zodat hij kan leren lezen en schrijven.

In het dorp van de Walla Walla's was een Shoshoni gevangene. Zij en Sacajawea werden dus gevraagd aan de vergadering deel te nemen. De kapiteins Lewis en Clark legden uit wie ze waren en waartoe de tocht diende. De gevangene vertaalde de Shoshoni-vertaling van Sacajawea in de taal van de Walla Walla's. Het is duidelijk dat zij steeds meer Engels begrijpt en dat het tolken ook steeds vlotter ging.

Bij de Nez Percés kwamen 4 opperhoofden en 3 onderhoofden en dus werd er door de kapiteins een vergadering belegd. Lewis legde daar uit wat de Verenigde Staten waren en hoeveel macht ze hadden. Op een leren lap werd met houtskool door een van de opperhoofden een ruwe kaart geschetst waarop de pas over de bergen was aangegeven. Over deze vergadering kan je lezen: "Doordat er steeds op de tolken moest worden gewacht, duurde de vergadering een halve dag." Sacajawea vertaalde wat de kapiteins zeiden in het Shoshoni en Schaduw vertaalde dat weer in het Nez Percés. Men vertelt bovendien dat de Nez Percés heel goede politici waren. Ze lieten pannen met voedsel maken. De opperhoofden riepen "Ai!" toen ze de ideeën van de blanken hoorden over vrede tussen alle Indiaanse Naties en betoonden hun instemming met deze ideeën door aan het eten te beginnen. Wie tegen wilde stemmen kon dat doen door niet te eten. Naar verluidt was er geen enkele tegenstem.

Het leven van Sacajawea werd minder prettig na het einde van de expeditie. Charboneau was een bruut en zijn geweld werd nu niet meer getemperd door het respect van Lewis en Clark voor Sacajawea. Toen haar zoontje reeds op school was en ze vreselijk geslagen werd door Charboneau, verliet ze hem. Na dagen dwalen door de dorre prairie wordt ze gevonden door een Comanche die haar verzorgt en redt van een gewisse dood. 25 jaar lang heeft zij een gelukkig leven met hem geleid. Hij noemde haar "Verdwaalde vrouw". Na zijn dood, voelt zij zich echter ook bij de Comanches als een buitenstaander en besluit zij op zoek te gaan naar haar eerstgeboren zoon. Zij zou veel goeds over hem horen, maar hem nooit meer zien. Hij had Europa bezocht, voor Hertog Paul van Duitsland gewerkt, sprak Duits, Engels, Frans en tenminste 3 Indiaanse talen. Hij stierf aan bergkoorts in 1866 op weg naar Montana.

Haar laatste jaren brengt zij door op het reservaat van haar eigen volk de Shoshoni's. Haar neef is er inmiddels opperhoofd. Zij geniet veel respect omwille van haar grote kennis en ervaring, haar kennis van verschillende geneeswijzen en haar bijzondere kijk op het leven. Zij wordt er Porivo genoemd wat "Opperhoofd Vrouw" betekent. Men wist dat zij een groot personage was, niet alleen omwille van haar aandeel in het welslagen van de expeditie, maar als symbool voor alle Indiaanse Naties. "De eer van het volk ligt in de mocassinsporen van de vrouwen!"

Annmarie Sauer



< voorgaand artikel ------ volgend artikel >