Bulletin Voor Moeder Aarde

Zomer 2003


Duurzame Ontwikkeling

Gent Ecologisch Centrum

Ontwapening

Inheemse Volkeren/Mensenrechten


Bulletin Voor Moeder Aarde - zomer 2003

Driemaandelijks tijdschrift, jaargang 12, nummer 2, zomer 2003.




Winddicht bouwen!


Bij de bezoekers aan de MilieuAdviesWinkel hebben we gemerkt dat weinigen begrijpen waarom het noodzakelijk is winddicht te bouwen enerzijds en te ventileren anderzijds. Veel gevolgen van niet winddicht bouwen, slecht isoleren en ventileren worden immers toegeschreven aan de zogenaamde overisolatie. De mythe van het overisoleren is hardnekkig. Veel mensen denken dat je door overmatig te isoleren de kans op schimmelvorming vergroot. Een andere mythe beweert het tegenovergestelde: houten planken gaan kraken en barsten door dikker te isoleren dan standaard wordt voorgeschreven. Hierdoor, zegt men, wordt de binnenlucht te droog en wordt al het vocht aan de planken onttrokken. Hoog tijd om deze mythes te ontkrachten.

Schimmelvorming in huizen of een te droge binnenlucht heeft niets te maken met de dikte van de isolatie. In Zweden bouwt men houten woningen met 40 cm of meer isolatie in de muren zonder dat het hout gaat rotten door overdreven vocht of gaat barsten door een tekort eraan. Schimmelvorming heeft alles te maken met slecht isoleren en ondoordacht ventileren.

In elke woning wordt vocht geproduceerd door de mensen zelf, door te koken, te douchen en dergelijke. Afhankelijk van de grootte van de ruimte en het gebruik ervan, mag je ervan uitgaan dat in een kamer, indien je al het vocht dat er hangt zou kunnen opvangen, een 'emmer water' hangt van ongeveer 5 à 10 liter. Dit verdampt vocht heeft de neiging te gaan condenseren op koude vlakken. Stel je voor dat heel de ruimte geïsoleerd is maar de aannemer heeft de isolatie boven het raam ter hoogte van de latei (de draagbalk boven de vensteropening) niet doorgetrokken tot op het raamkader, dan heb je daar een koudebrug. Dit is een stuk muur dat niet is geïsoleerd en waarlangs de koude binnenkomt en de warmte naar buiten ontsnapt. Dit stuk muur zal hierdoor veel kouder aanvoelen dan de rest van de muur. Die 'emmer water' die in de lucht hangt zal dan ook geneigd zijn te condenseren op dit kleine stuk oppervlak. Je kunt het al raden, dit heeft vochtschade en schimmelvorming tot gevolg. Of dit al dan niet zal gebeuren hangt wel samen met het feit of er al dan niet wordt geventileerd, b.v. door roosters in de ramen of op andere plaatsen. Als er totaal geen ventilatie aanwezig is, dan kan het vocht niet weg uit de ruimte. Zelfs indien er geen koudebruggen zijn, zal het water zonder ventilatie neerslaan, maar dan op alle vlakken: eerst de ramen, dan het plafond en dan de muren. Op een goede manier isoleren en ventileren is dus de boodschap.




Vele woningen werden en worden geventileerd door lucht die via kieren en spleten binnen en buiten gaat of door het geregeld openzetten van de ramen. Het probleem is dat je dan geen controle hebt over de ventilatie. Via kieren komt koude lucht binnen wanneer je het niet wilt en slaapkamerramen worden overdag opengezet terwijl je juist 's nachts zuurstoftoevoer nodig hebt. Het is belangrijk in je woning kieren en spleten te vermijden en winddicht te bouwen. Als de woning niet winddicht is, kun je last krijgen van tocht, heb je een hoger energieverbruik door warmteverlies, zorg je voor een kortsluiting in de ventilatiestroom enz.


Het is dus belangrijk dat je kiest voor een gecontroleerde ventilatie. 'Gecontroleerd' betekent dat de hoeveelheid lucht (het debiet) dat de woning binnenkomt geregeld wordt in functie van de behoefte, zonder overdreven energieverbruik, en dat de zin van de ventilatiestromen vastligt: waar wordt lucht aan- en afgevoerd en op welke manier doorstroomt de verse lucht het huis? Luchtdicht bouwen is niet enkel belangrijk om controle te hebben op de ventilatiehoeveelheden en om het energieverbruik te beperken, het is ook belangrijk om de isolatie optimaal te laten werken en om de luchtvochtigheid op een voldoende hoog peil te houden.

Stel dat je een nieuw dak op je woning gaat leggen. Op de kepers of spanten zal de aannemer eerst een onderdak aanbrengen, dan de panlatten en dan de pannen. Tussen de kepers of spanten wordt isolatie aangebracht, vervolgens een damprem of dampscherm en tenslotte een afwerking (houten schroten, gipsplaat, …). Twee elementen zijn hier essentieel wil de isolatie renderen: het onderdak en de damprem of het dampscherm. Isolatiemateriaal isoleert immers omdat in het materiaal lucht wordt vastgehouden. Deze ingesloten, stilstaande lucht zorgt voor de isolatie en niet het materiaal waaruit de isolatie is opgebouwd. Vergelijk het met een wollen trui. Deze kan zeer warm zijn tot je in de wind loopt. Als de wind erdoor waait, schiet er nog maar weinig van die warmte over. Je gaat dan een jas aandoen die winddicht is waardoor de wollen trui weer warmte zal geven.
Net zo in de bouw: het onderdak, indien winddicht uitgevoerd, zal ervoor zorgen dat de wind niet door de isolatie de zolderruimte binnenwaait en dat de isolatie effectief kan isoleren. Isoleren zonder onderdak heeft dus geen zin. Je investeert geld zonder dan het enig resultaat oplevert.
De damprem of het dampscherm zorgt ervoor dat het vocht dat van de binnenruimte naar buiten wil wordt tegengehouden. Warme vochtige lucht zou anders doorheen het isolatiemateriaal gaan en condenseren aan de koude zijde van de isolatie met vochtschade tot gevolg.
Je onttrekt ook vocht aan de binnenruimte en laat in de winter drogere buitenlucht binnen, waardoor de binnenruimte te droog wordt en de planken gaan kraken. Stel dat je juist een natte ruimte, b.v. een badkamer, onder het dak hebt, dan zou je kunnen redeneren dat ventilatie niet nodig is omdat het vocht doorheen de isolatie toch naar buiten gaat. Schrik dan echter niet als je na een paar jaar vochtplekken krijgt omdat het vocht van de badkamer in het dak condenseert en de isolatie nat maakt waardoor deze niet langer isoleert en gaat rotten. Gebruik elk constructieonderdeel waarvoor het is bestemd en voer een teveel aan vocht af via ventilatie.

Er zijn zowel dampremmers als dampschermen. Wat is in feite het verschil? Een dampscherm houdt de damp volledig tegen indien deze op een goede manier is aangebracht. Bij vochtige ruimten onder het dak is dit aangewezen. Er gaan echter steeds meer stemmen op om dampremmers te gebruiken en terecht. Een damprem houdt de damp niet helemaal tegen. Vergelijk het met een ballon: wanneer je een ballon opblaast, loopt deze ondanks een stevige knoop langzaam leeg na een paar dagen. Dampremmers werken net zo. Ze houden behoorlijk goed lucht tegen die van buiten naar binnen wil, maar geven de mogelijkheid aan damp die binnenin zit om te ontsnappen naar buiten. Hierdoor kan vocht dat in de dakconstructie zit (b.v. door vochtig constructiehout, een lek in het dak,…) verdampen en ontsnappen.

Luchtdicht bouwen moet nauwkeurig worden uitgevoerd. Een spleet van één millimeter kan de isolatiewaarde en de luchtvochtigheid drastisch aantasten. Bij onderdaken zijn de systemen met tand- en groefverbinding ideaal. Dampremmers of -schermen mogen niet enkel tegen de kepers of spanten worden geniet. De stroken dampschermen en -remmers moet overlappen en de naden en muuraansluitingen moeten ook zorgvuldig worden afgeplakt met tape. In het buitenland zijn dit standaardhandelingen. Luchtdicht bouwen hoort daar bij de belangrijkste aspecten van energiezuinig bouwen: isoleren, isolerende beglazing plaatsen, luchtdicht bouwen en ventileren. Al deze elementen hangen samen en kunnen niet zonder elkaar in een lage energiewoning. In België heeft men hier echter nog geen traditie in en neemt men vaak een loopje met het belang van luchtdichtheid en vaak ook met het belang van ventilatie. Als je weet dat een goed geïsoleerde, luchtdichte woning met isolerende beglazing en gecontroleerde ventilatie op jaarbasis 150 euro kost om te verwarmen, besef je misschien beter waarom deze vier aspecten belangrijk zijn en waarom ze de nodige aandacht verdienen.

Indra Van Sande
Medewerker MilieuAdviesWinkel



< voorgaand artikel ------ volgend artikel >