![]() | ||
|
|
||
|
De Nucleaire Keten
De productie van kernwapens is nauw verbonden met de productie van kernenergie en het verwerken van uranium, de ruwe grondstof voor zowel nucleaire wapens als nucleaire brandstof. Hier komen gevaarlijke en ecologisch schadelijke processen aan te pas. De 'nucleaire keten' begint met het ontginnen van uranium en eindigt met het uiteindelijke opslaan van het kernafval. Daar tussenin gebeuren de omzetting en het verrijken van uranium, de productie van brandstofstaven, de splitsing van het radioactieve materiaal in de kernreactor, het uitwisselen, het herverwerken en het interne opslaan van de gebruikte brandstof. De enorme hoeveelheden radioactief afval die elke stap in het productieproces met zich meebrengt vormt een nog onopgelost probleem. Elke schakel in de nucleaire keten brengt hoge risico's voor gezondheid en milieu met zich mee. Dr. Katsumi Furitsu, een arts die onderzoek deed naar de gevolgen van kernwapens voor de gezondheid, verklaarde: 'Ondanks het feit dat Hiroshima en Nagasaki enerzijds, en Tsjernobyl anderzijds aparte gevallen zijn, is er een zeer grote overeenkomst tussen de manier waarop de gezondheid wordt aangetast door nucleaire straling.' Bij elke stap van de nucleaire keten komen kernwapens om de hoek kijken, bijvoorbeeld door de ontwikkeling, de diefstal of het misbruik van radioactief materiaal.
Uranium is het zwaarste element dat in de natuur te vinden is. Natuurlijk uranium bestaat uit drie verschillende isotopen, voor meer dan 99% U-238, 0,01% is U-234 en 0,71% is U-235. De chemische eigenschappen van deze isotopen zijn identiek, maar hun atomisch gewicht is lichtjes verschillend. U-235 is de enige isotoop van uranium dat bruikbaar is voor atoomsplitsing (het splijten van het atoom om energie op te wekken) en wordt gebruikt in kerncentrales en voor kernwapens. Uranium is van nature radioactief. Dit betekent dat het straling uitzendt wanneer het vervalt of desintegreert. Eén van de meest gevaarlijke stoffen die gevormd worden wanneer uranium vervalt, is het gas Radon-222, dat zich gemakkelijk verspreidt tijdens het ontginnen en verder verwerken van uranium. Uranium is niet alleen gevaarlijk omdat het radioactief is, het is ook giftig. Een reactor van 1300 megawatt verbruikt ongeveer 33 ton uranium per jaar. Om die hoeveelheid te kunnen produceren, moet 440 000 ton uraniumerts (erts is een steen waar het uranium inzit) worden ontgonnen. Dat ontginnen gebeurt op een groot stuk land, dat radioactief vervuild en dus onbewoonbaar wordt. Er wordt veel overschot en minder bruikbaar erts opgehaald, dat dan naast de mijnen wordt gedumpt. Om op het even welke manier uranium wordt ontgonnen, er zal altijd radioactieve besmetting van het milieu zijn, naast de vervuiling door het lawaai, het stof, de zwaveldioxidedampen enzovoort. Elke manier van ontginnen zorgt wel voor specifieke milieu- en gezondheidsrisico's:
Zodra het uraniumerts is opgehaald, wordt het gemalen om het uranium eruit te halen in de vorm van 'yellowcake'. De fabrieken waar dat gebeurt, liggen meestal vlak naast de mijnen. De ene helft van het radongas in het uraniumerts komt vrij tijdens het ontginnen in de mijn, en de andere helft tijdens het malen in de fabriek. Het afvalgesteente ('tailings') blijft gewoon liggen in grote plassen naast de mijn. Veel van het uranium dat wordt gebruikt voor kernwapens, wordt ontgonnen en gemalen op land dat toebehoort aan en wordt bewoond door een inheemse bevolking. Zo ontstaan grote gezondheids-, milieu- en sociale problemen bij gemeenschappen die meestal reeds in onderdrukking leven.
Vooraleer het uranium kan worden gebruikt in kerncentrales of kernreactors moet het worden verrijkt. Dat betekent dat de kleine hoeveelheid van de isotoop Uranium 235 die aanwezig is in het gesteente, moet worden verhoogd. De yellowcake wordt (vaak over grote afstanden) getransporteerd naar verrijkingscentrales in Japan, Frankrijk, Groot-Brittannie, Rusland of de VS voor verwerking. Tijdens deze verwerking wordt de yellowcake omgezet in uranium hexafloride (UF6), een gevaarlijk radioactief gas. Het gas wordt dan gecentrifugeerd of gediffundeerd door fijnmazige schermen om verrijkt te worden met het splitsbare U235, dat uit zichzelf kettingreacties kan beginnen. Door deze vorm van verrijking krijgt het uranium militaire waarde: afhankelijk van het soort verrijking kan het worden gebruikt als brandstof voor energie, onderzoek, militaire reactors, of voor kernwapens. Het overschot bestaat voor het grootste deel uit de uranium 238 isotoop, beter bekend als verarmd uranium (depleted uranium of DU). Dit afval, dat in grote hoeveelheden ontstaat tijdens het verrijkingsproces, wordt tegenwoordig gebruikt voor militaire doeleinden omdat het een zeer geconcentreerde stof is. Het Amerikaanse leger gebruikte DU-ammonitie tijdens de Golfoorlog in 1991,daarna in Bosnië in 1994-1995, tegen Joegoslavië in 1999 en nu ook weer voor de oorlog in Irak. De Navo heeft toegegeven in Kosovo verarmd uranium te hebben gebruikt. Verarmd uranium wordt gebruikt om koppen van kogels en granaten te verharden. Net als andere zware metalen zoals lood is verarmd uranium chemisch giftig. Het verdampt ten dele als het een doel raakt. De stofdeeltjes die dan vrijkomen, vliegen spontaan in brand, zodat er een soort uraniumwolk ontstaat, die zich over honderden meters kan verplaatsen. De stof die uiteindelijk neerslaat, is chemish giftig en ook radioactief. Het is heel goed mogelijk dat verdampt en verbrand DU mede de oorzaak is van het mysterieuze 'Golfsyndroom' dat zich voordoet bij de Iraakse bevolking en de veteranen van de eerste Golfoorlog. De symptomen bij de burgerbevolking in de gebieden die vervuild werden met DU lijken sterk op de symptomen veroorzaakt door radioactieve neerslag. Bij inademing van verarmd uranium kunnen de deeltjes zich in de longen nestelen. Een deel is oplosbaar en verdwijnt weer uit het lichaam, maar het onplosbare deel kan zich in de vorm van oxiden door het hele lichaam verspreiden, waarna het voornamelijk in de botten gaat zitten. Zwevende deeltjes tasten vooral de nieren aan. Volgens sommige specialisten kunnen deeltjes die worden ingeademd zich in de longen nestelen, waar ze een risico vormen voor het ontstaan van kanker. (bron: De Morgen, 22 maart 2003)
De opwerking van splijtstof is een militaire techniek om verbruikte nucleaire brandstof op te lossen in salpeterzuur om het plutonium te extraheren dat ontstond wanneer de brandstof werd verbrand. Dit geëxtraheerde plutonium uit gebruikte brandstof van kerncentrales kan worden gebruikt voor kernwapens. Dat betekent dat elk land met een 'burgerlijke' nucleaire energie-industrie ook een potentiële nucleaire wapenmacht is. Overigens is dit de manier waarop India, Pakistan en Israël erin zijn geslaagd om kernwapens te verwerven. De kernmachten experimenteren momenteel met mixed-oxide (MOX) reactors die gemengde uranium/plutoniumbrandstof verbranden. De reden hiervoor? Het overtollige plutonium kwijtraken dat een bijproduct is van wapenprogramma's. Het zuivere effect van het produceren en verbranden van MOX brandstof resulteert dus eigenlijk in grotere hoeveelheden plutonium en grotere hoeveelheden nucleair afval. In de wereld gebeurt het meeste opwerken van splijtstof voor commerciële doeleinden (ong. 80%) op de faciliteiten van Cogema in La Hague. De rest gebeurt hoofdzakelijk in de BNFL centrale van Sellafield.
Tritium is een radioactieve isotoop van waterstof, en een essentiële component van de H-bom. Zoals alle radioactieve stoffen vervalt het op natuurlijke wijze, zodat een constante voorraad van tritium op peil moet worden gehouden om een nucleair arsenaal draaiende te houden. Tritium heeft geen nut in de productie van elektriciteit, en komt niet in de natuur voor. Het moet worden aangemaakt door lithium te bestralen in een kernreactor. Het lithium wordt dan opgewerkt om het tritium te extraheren. Het bestralen van lithium is ook mogelijk in een 'burgerlijke' kerncentrale.
Het voornaamste doel van kernproeven is het ontwikkelen van betrouwbare en effectieve kernwapens. Meer dan 2000 kernproeven werden uitgevoerd door de kernmachten. Ze hadden onmiddellijke, ernstige en langdurige ongunstige invloeden op gezondheid en milieu tot gevolg. Elke mens nu en in de komende tienduizenden jaren heeft radioactieve elementen in zich, veroorzaakt door kernproeven, en loopt daardoor een hoger risico op kanker. Stijgingen van het aantal stralingsgerelateerde kankers werden vastgesteld bij het militaire personeel dat betrokken was bij nucleaire testen, en ook bij gemeenschappen die in de windrichting van testgebieden woonden in Australië, Kazachstan, de VS en de eilanden van Micronesië in de Stille Zuidzee. Er werd geschat dat door het testen alleen tot en met het jaar 2000, 430 000 fatale kankers werden veroorzaakt, met een uiteindelijk totaal van 2,4 miljoen. De regeringen van kernstaten toonden een onrustwekkende en soms opzettelijke achteloosheid waar het de volksgezondheid en het milieu betrof. Voorbeelden:
Nucleaire testsites zijn eigenlijk onbestudeerde, ongepermitteerde en hoogradioactieve storten, zonder wettelijke of maatschappelijke controle zoals ramingen van de schade aan het milieu. Testsites komen zelden tegemoet aan de basiscriteria voor kernafvalopslagplaatsen, zoals afsluiten voor grondwater, vrijwaren van breuken of kloven, en een hoge absorbtie van radionucliden. Op Moruroa heeft men reeds een verontrustende lekkage van radionucliden (tritium, jodium-131 en cesium-134) vastgesteld in de buurt van de koraalatol. Zoals de gebieden waar uranium wordt gewonnen, liggen de nucleaire testsites vaak in zones die bewoond worden door inheemse volkeren. Deze groepen bestaan vooral uit Australische aboriginals (vooral bij de voormalige Britse testzone in Maralinga), Micronesische en Polynesische eilandbewoners, het Uygurvolk in China, de Western Shoshone-indianen in Nevada, en het volk van Kazachstan. De gevolgen voor hen zijn breder dan enkel de effecten van straling:
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Friends of the Earth Vlaanderen & Brussel (voorheen Voor Moeder Aarde) is lid van Friends of the Earth International