Biologische Landbouw



Waarom biolandbouw?

Dit is een duurzame en milieuvriendelijke landbouwmethode. Chemische bestrijdingsmiddelen worden niet gebruikt en dankzij de bodemzorg treedt er geen bodemdegradatie op.

De voedingskwaliteit van biologische producten is goed, onder meer dankzij de teelteisen: geen pesticiden, hormonen of preventieve antibiotica. Dieren krijgen nooit dierlijke producten te eten. Bovendien blijkt dat bioproducten een hoger drogestofgehalte hebben: meer waar voor je geld dus én een betere bewaarbaarheid.

Biologische landbouw is rendabel op micro- en op macroniveau. Biobedrijven zijn leefbaar, maar dan wel dankzij de hogere productprijzen. Op macro-economisch niveau, voor de gemeenschap dus, is de biologische landbouw duidelijk een zeer interessante optie. Zware (milieu)kosten, eigen aan gangbare landbouw en gedragen door de gemeenschap worden door de biologische landbouw immers niet of veel minder veroorzaakt.

Deze methode is arbeidsintensief en zorgt dus voor meer werkgelegenheid. Gemiddeld is er 20 tot 30% meer arbeid nodig dan in de gangbare landbouw, voor eenzelfde bedrijfsoppervlak. Het gaat hier om zinvol werk, zowel voor laag- als voor hooggeschoolden.

Voor het sociaal-culturele leven op het platteland betekenen biologische bedrijven een nieuwe motor. Ze zijn een aantrekkingspool voor bewuste consumenten en sommige biobedrijven kunnen voedselproductie combineren met een vorm van opvang, zorg of begeleiding.

De biolandbouw leent zich prima voor natuur- en landschapsontwikkeling, heeft positieve effecten op de biodiversiteit en laat ruimte voor natuurlijke landschapselementen.

Dierenwelzijn krijgt in deze landbouwmethode veel aandacht, dankzij de strenge normen.

Biolandbouw biedt de beste perspectieven voor duurzaam grondgebruik en wereldwijde voedselzekerheid. De VN en de Wereld Handelsorganisatie schatten de kansen voor biologisch voedsel hoog in, ook voor boeren in ontwikkelingslanden. Kleine markten in ontwikkelingslanden zijn zo beter in staat om genoeg voedsel te produceren voor de plaatselijke markt en voor de export.

De noord-zuid relatie kan in evenwicht komen, omdat biologische landbouw in de eerste plaats voor plaatselijke markten produceert.

Bioboeren vinden weer arbeidsvreugde door de grote waardering van hun omgeving en omdat ze terug echt boer moeten zijn: problemen met teelt en dieren voorzien in plaats van bestrijden.