Nnimmo Bassey wint alternatieve nobelprijs

Nnimmo Bassey.JPG
Interview met Nnimmo Bassey, in Cancun, door Leo Broers
 
“Laat de fossiele brandstoffen rusten onder de grond. Dat is de boodschap van alle gemeenschappen die bovenop een oliebron wonen.” Die woorden sprak Nnimmo Bassey vorige week in Cancun. Vandaag neemt hij in Zweden de prestigieuze Right Livelihood Award in ontvangst.
 
Nnimmo Bassey is de voorzitter van Friend of the Earth International. In zijn thuisland Nigeria verzet hij zich al jaren tegen de transnationale oliebedrijven die de Nigerdelta onleefbaar maken voor de vele gemeenschappen die er leven.
 
Hartelijk gefeliciteerd met de welverdiende Right Livelihood Award. Wat dacht je toen je hoorde dat je de alternatieve nobelprijs zou winnen?
Nnimmo Bassey: “Eerst was ik verrast, want basisbewegingen krijgen meestal geen erkenning voor hun strijd. Daarom zie ik het als een aanmoediging, niet enkel voor mezelf, maar voor alle bewegingen die zich inzetten om het ecosysteem te verdedigen. Je wordt misschien niet meteen beloond voor je inzet, maar op termijn maak je wel een verschil. Je organiseren en samenwerken is de enige weg voorwaarts. En als mensen niet opkomen voor hun rechten, zullen ze vroeg of laat onderdrukt worden.”
 
Tijdens de milieutop in Kopenhagen werd je brutaal uit het Bella Center gezet. Waarom?
“Officieel omdat we een veiligheidsrisico waren, maar dat is gewoon belachelijk. Wij zijn nooit betrokken geweest bij gewelddadige acties. Ons protest was volkomen vreedzaam en we kwamen op voor een legitieme zaak: we willen een rechtvaardig klimaatakkoord. Maar de boodschap die we brengen komt hard aan en ik denk dat ze daar niet konden mee omgaan. Ze hebben liever steriele discussies in een jargon dat alleen technocraten begrijpen. Maar de klimaatcrisis is meer dan tabellen en grafieken, het gaat over mensen.”
 
Na die koude douche in Kopenhagen is Friends of the Earth er dit jaar later opnieuw bij. Wat zijn je indrukken van de klimaattop in Cancun?
“De verwachtingen liggen zo laag dat ik mij nog moeilijk kan inbeelden dat er een ambitieus akkoord uit de bus zal komen in Durban, Zuid-Afrika volgend jaar. Ik zeg niet dat we nu al moeten opgeven, we hebben nog een week voor de boeg. Maar ik maak me ernstig zorgen over de sfeer die hier hangt, alsof het klimaatprobleem zichzelf zal oplossen. De klimaattop lijkt op een koolstofbeurs. Het draait allemaal om koolstofkredieten en marktmechanismen die ze willen toepassen op het klimaat. Maar ik zie weinig oprechte bezorgdheid bij de onderhandelaars. Er wordt niet geluisterd naar de stem van de slachtoffers van klimaatverandering.”
 
Waaraan zou dat liggen?
“Multinationals zijn zoveel machtiger dan grassroots bewegingen. Ze worden verafgood door de wereldleiders. De redenering is: 'als multinationals het zeggen, dan moet het wel waar zijn.' Daarom kwamen enorme bedragen op tafel om de bankencrisis aan te pakken en gebeurt er niets om de klimaatcrisis op te lossen.”
 
Hoe moet een rechtvaardig klimaatakkoord eruitzien?
“Onze eisen komen overeen met die van veel grassroots bewegingen overal ter wereld. We willen dat het begrip 'klimaatschuld' erin staan. De atmosfeer is verzadigd door de uitstoot van rijke landen. Daardoor is er geen atmosferische ruimte meer voor de groei van arme landen. Rijke landen moeten hun uitstoot drastisch verminderen in eigen land en mogen zich niet verschuilen achter de koolstofmarkt. Ze moeten de arme landen vergoeden voor de schade die de klimaatverandering heeft aangericht. En er moet een internationaal klimaatgerechtshof opgericht worden waar landen en bedrijven die klimaatmisdaden begaan kunnen berecht worden. En tenslotte moeten de rechten van Moeder Aarde erkend worden. Die eisen werden in april geformuleerd tijdens de klimaatconferentie van de volkeren in Cochabamba.”
 
Jouw strijd tegen oliebedrijven houdt verband met klimaatverandering. Zie jij dat ook zo?
“Natuurlijk, want het systeem dat klimaatverandering veroorzaakt is afhankelijk van olie. Met onze strijd willen we het klimaatprobleem bij de bron aan te pakken. Laat de fossiele brandstoffen rusten onder de grond. Dan worden ze niet ontgonnen, dan worden ze niet verbrand, dan komen ze niet in de atmosfeer terecht, dan veroorzaken ze geen vervuiling, geen opwarming van de aarde en geen conflicten. Dat is de boodschap van alle gemeenschappen die bovenop een oliebron wonen. De Nigerdelta, waar ik vandaan kom, is een van de meest vervuilde plaatsen van de wereld. En het onrecht en de vervuiling zal blijven duren zolang de wereld afhankelijk blijft van olie.”
 
De strijd van de Ogoni tegen Shell in Nigeria is wereldberoemd geworden door de legendarische schrijver en activist Ken Saro-Wiwa. Wat maakte hem zo bijzonder?
“Ken Saro-Wiwa leidde de Beweging van de Overleving van de Ogoni tot hij vermoord werd in 1995. Hij zei: 'We gaan deze strijd geweldloos aangaan en we gaan winnen.' Die woorden sprak hij in 1993 en datzelfde jaar hebben de Ogoni Shell van hun land verdreven. En tot de dag van vandaag is Shell niet teruggekeerd. De oliebronnen in Ogoni-land zijn sindsdien onaangeroerd gebleven. Maar het gebied blijft enorm vervuild, want er lopen nog steeds pijpleidingen door en er zijn nog regelmatig olielekken en branden. We blijven strijden voor de rechten van alle gemeenschappen in de Nigerdelta.”
 
Waar haal je de energie vandaan om de strijd tegen die machtige oliebedrijven te blijven voeren?
“In een ongelijke strijd is het heel gemakkelijk om de hoop te verliezen. De vervuiling van de Nigerdelta blijft toenemen en de oliebedrijven gaan altijd vrijuit. Wat ons al die jaren overeind houdt is de kracht van de gemeenschappen die samenwerken om een eind te maken aan deze misdrijven. Lokale gemeenschappen monitoren zelf de vervuiling, ze komen op voor hun rechten, ze vormen netwerken die elkaar bijstaan en versterken. Maar de straffeloosheid blijft. Per jaar zijn er meer dan 300 olielekken in de Nigerdelta. Dat is een gemiddelde van één per dag en dat al jarenlang.”
 
Hoe blijven die bedrijven daar mee wegkomen, het zijn transnationale bedrijven met een grote herkenbaarheid, maar ze worden nooit echt aangepakt?
“De oliebedrijven in Nigeria doen zich voor als sociaal verantwoorde bedrijven die bezorgd zijn om het milieu en om de rechten van lokale gemeenschappen. Er zijn zoveel olielekken in de Nigerdelta omdat de oliebedrijven de oude verroeste pijpleidingen weigeren te vervangen door nieuwe, maar ze schuiven de schuld in de schoenen van de lokale bevolking. Ze beweren dat omwonenden gaten maken in de pijpleidingen om de olie met emmertjes te stelen.”
 
Ook het affakkelen van gas klagen jullie aan, maar ook op dat vlak komt er geen verbetering. Niet?
“Per jaar wordt in Nigeria 2,5 miljard dollar gas verbrand. Voldoende om gans subtropisch Afrika -met uitzondering van Zuid-Afrika - van stroom te voorzien. Het gas wordt afgefakkeld omdat dat goedkoper is dan de bouw van een installatie om het gas op te vangen. Nochtans is gas affakkelen sinds 1984 illegaal in Nigeria. Wij hebben dat aangeklaagd en kregen in 2005 gelijk van de rechtbank die oordeelde dat het affakkelen onmiddellijk moest stoppen, maar ze blijven er gewoon mee doorgaan.”
 
Waarom treedt niemand op tegen die praktijken?
“Omdat de oliebedrijven en de regering onder een hoedje spelen. Nu willen ze toch gasinstallaties bouwen om elektriciteit op te wekken omdat ze weten dat ze daarvoor koolstofkredieten kunnen krijgen. De oliebedrijven en de regering zijn samen naar Cancun gekomen om nog meer winst te maken. Wat ze doen is onethisch, illegaal en crimineel, maar toch wordt het onthaald als een duurzaam project.”
 
Net zoals Ken Saro-Wiwa kruip je regelmatig in je pen. Wat is de kracht van het woord in de strijd voor rechtvaardigheid?
“Kunst is in het algemeen een zeer krachtig cultureel instrument. In Afrika kunnen liedjes, gedichten, dans en theater heel goed boodschappen overbrengen. Met een eenvoudig gedicht kan je zoveel zeggen. Je kan er mensen warm mee maken om op te komen voor zichzelf en voor het milieu. Soms zou ik graag iets anders willen schrijven zoals een liefdesgedicht, maar als ik schrijf kom ik vanzelf bij sociale thema's en het milieu terecht.”
 
Binnenkort verschijnt jouw boek 'To Cook a Continent: Destructive Extraction and Climate Crisis in Africa”. Waar gaat het over?
“Het boek gaat over de meedogenloze vernieling van Afrika. Over de hebzucht van transnationale bedrijven die tot alles in staat zijn om de controle over onze natuurlijke hulpbronnen te bemachtigen. Dat heeft tot heel veel bloedvergieten geleid in Sierra Leone, Liberia, Soedan, Angola en heel veel andere landen. Geen enkel conflict heeft de ontginning van onze hulpbronnen gestopt. Integendeel, de multinationals en de heersende klasse hebben er alleen maar baat bij, want tijdens conflicten hoeven ze zich nergens zorgen over te maken en kunnen ze de milieuwetgeving aan hun laars lappen. Het boek gaat ook nog over de landroof voor de productie van biobrandstoffen, de aanleg van boomplantages en de productie van voedsel voor export. Je hoort vaak zeggen dat Afrika overbevolkt is, maar als de wereld landbouwgrond nodig heeft, dan is er ineens wel voldoende plaats.”
 
 
 
Leo Broers volgt de onderhandelingen op in Cancun voor MO* Magazine en De Wereld Morgen.