Op 5 november 2010 zal de Belgische Coalitie 'Stop Uraniumwapens!' deelnemen aan de internationale actiedag voor een wereld zonder uraniumwapens. NGO's in Frankrijk hebben reeds aangekondigd begin november actie te zullen voeren tegen schietoefeningen met uraniumwapens in Bourges (Cher).
Open-luchttesten van uraniumwapens in Bourges
Op het schietterrein van het Établissement Technique de Bourges et Surveillance armement (ETBS) worden 105 en 120 mm projectielen – die verarmd uranium bevatten – getest voor gebruik in Franse oorlogstanks. Niettegenstaande dat Frankrijk beschikt over een voorraad van 250.000 ton verarmd uranium in zijn binnenlandse nucleaire en militaire programma's, werd verarmd uranium in de vorm van metaal geleverd door het Amerikaanse bedrijf Nuclear Metals Incorporated (nu Starmet Corp.) aan het Franse bedrijf Société Industrielle de Combustible Nucléaire (SICN) in Annécy, Haute-Savoie. Alleen al in 1993 verscheepten de Amerikanen 1.000 ton verarmd uranium naar het SICN. Het SICN is een bedrijf dat van verarmd uranium pijlvormige staven oftewel penetrators maakt. De Franse wapenfabriek Nexter gebruikt deze penetrators als basis voor de productie van verarmd-uraniumprojectielen die kunnen worden gebruikt in de Franse Leclerc (120 mm) en AMX-30 (105 mm) oorlogstanks. Het is onduidelijk waarom Frankrijk niet zijn eigen voorraad van verarmd uranium gebruikte voor de productie van uraniumwapens. Mogelijke verklaringen zijn dat het in Frankrijk geproduceerde verarmd uranium onzuiverheden bevatte, of dat Frankrijk niet beschikte over de faciliteiten die op succesvolle wijze de metalen verarmd uranium-Titaniumlegeringen kunnen produceren die vereist zijn voor de productie van penetrators. De verarmd-uraniumpenetrator die in Amerikaanse anti-tankprojectielen wordt gebruikt, is een legering die 0,75 % Titanium bevat. Een dergelijke legering versterkt en verbetert de hardheid van het verarmd uraniumprojectiel. De verschepingen van Amerikaans verarmd uranium naar Frankrijk vonden plaats tussen 1979 en 1993. Frankrijk heeft sinds 1979 Amerikaanse uraniumwapens getest. In 1991 importeerde het land 75.000 ton verarmd uranium voor de aanmaak van eigen Franse uraniumwapens. Het 105 mm anti-tankprojectiel met verarmd uranium dat ontworpen werd voor gebruik in de AMX-30 tank werd waarschijnlijk pas na 1993 in het Franse arsenaal opgenomen; de AMX-30 tank werd wel ingezet tijdens de Golfoorlog van 1991.
Voor zover bekend vond het testen van uraniumwapens in Bourges plaats tussen 1990 en 2000, op het schietterrein dat gelegen is tussen Avord en Crosses, op twintig kilometers afstand van Bourges. De website France Nucléaire vermeldt dat 14.000 testschoten werden uitgevoerd; mogelijk is dit cijfer onderschat. De ballistische schiettesten in Bourges gebeurden in de open lucht en de projectielen eindigden hun traject in het zand. Volgens de Direction Générale pour l'Armement werden er veiligheidsmaatregelen getroffen. De CFDT vakbond van Staatsvestigingen en arsenalen (Cher) heeft de overheid gevraagd naar een epidemiologische en milieu-impactstudie.Volgens militaire woordvoerders wordt er nooit getraind met verarmd uranium bevattende kogels op harde doelwitten. Het ETBS-schietterrein bestaat sinds 1872. Veel inwoners van Bourges stellen de testen met uraniumwapens niet in vraag omdat ze tewerkgesteld zijn in de lokale wapenfabrieken MBDA en Nexter. Het ETBS heeft 800 mensen in dienst. Inwoners van Bourges die bezorgd zijn over de gevolgen van het testen van DU-munitie hebben zich verenigd in het Collectif Alert au UA! (www.mvtpaix.org). Nadat op 27 mei 2008 het tijdschrift Nouvelle République een artikel wijdde aan een Resolutie van het Europees Parlement – een Resolutie die de EU-lidstaten opriep om een moratorium in te stellen op uraniumwapens – wendden ongeruste en verontwaardigde inwoners van Cher zich tot de lokale afdeling van de Franse vredesorganisatie Mouvement pour la Paix in Bourges.
Het ETBS in Bourges slaat ook de afvalstoffen op die ontstaan door de schiettesten met penetrators van verarmd uranium: doelwitten, pantsering, divers materieel, ophogingen van kalk- en steenpuin die besmet werden tengevolge van de schiettesten.
Er is amper iets bekend over de bestemming van de besmette materialen als gevolg van de schietoefeningen in Bourges en Gramat. De informatie die de inventaris van ANDRA (Agence National des Déchets Radioactifs) biedt, wordt aangeleverd door de “uitbater” van het schietterrein in Bourges, het ETBS dus. Een decreet van 15 oktober 1980 ontslaat de militairen van de verplichtingen van de gewone ICPE-reglementering, met name wat de inspectie en de aangifte van de installaties aangaat. Zodoende blijven de experimenten met munities die verarmd uranium bevatten toegedekt door het militaire geheim. En omdat het om de bescherming van het leefmilieu gaat, blijft het leger tegelijk rechter en partij. We mogen hopen dat het waar is dat Frankrijk nooit uraniumwapens inzette tijdens oorlogsoperaties, zoals de minister van landsverdediging op 15 maart 2000 in het Franse Parlement verklaarde, maar het stilzwijgen en de geheimhouding rond de testfaciliteiten van uraniumwapens doet vermoeden dat Frankrijk een binnenlands schandaal wil verbergen. Zo deelt de voorzitter van de parlementaire commissie voor de landsverdediging op 20 februari 2002 de resultaten mee van de opvolging, sinds 1990, van het personeel en van de leefomgeving van het schietterrein in Bourges. De bloed- en urine-onderzoeken “brachten niets abnormaals aan het licht, en in het water, de grond en de vegetatie werd enkel natuurlijk uranium opgespoord”. Maar als met de benaming natuurlijk uranium het industrieel zuivere concentraat wordt bedoeld – het product dat gebruikt wordt in het verrijkingsproces van uranium – dan stelt er zich wel een serieus probleem. Want dit natuurlijk uranium bevat een hoger percentage aan splijtstoffen dan verarmd uranium, waardoor het mogelijk meer risico's inhoudt dan verarmd uranium. De benaming klinkt geruststellend, maar is het in werkelijkheid niet.
Onduidelijkheid over het huidige arsenaal van Franse uraniumwapens
De Leclerc-tank is, in tegenstelling tot de AMX-30 tank nog steeds in dienst van het Franse leger, en kwam voor het eerst in dienst in 1992. Sinds 1996 was er een 120 mm anti-tankprojectiel met verarmd uranium klaar voor gebruik in de Leclerc tanks. Naar verluidt werden 60.000 stuks van dit soort projectiel geproduceerd. Voor zover we op dit moment weten, vindt er geen productie meer plaats van dit OFL 120 F2 APFSDS-T projectiel. Begin jaren 2000 werd een nieuw 120 mm projectiel met verarmd uranium ontwikkeld: de PROCIPAC APFSDS-T (PROjectile CInétique à Pénétration ACcrue). Er zijn alsnog geen indicaties dat dit projectiel volledig in dienst werd genomen. Net zoals met de andere verarmd-uraniumprojectielen van Franse makelij, werd ook de PROCIPAC op het testterrein van Bourges uitgetest. Het bleek dat de PROCIPAC dieper doorheen pantsers drong dan zijn voorganger. Volgens een artikel in Jane's zou Frankrijk de PROCIPAC enkel in kleine hoeveelheden aankopen, als een “solution de précaution” tot het moment dat andere landen over betere pantserplaten beschikken die de huidige Franse anti-tankprojectielen gemakkelijk kunnen weerstaan.
De “superdoos” van Gramat
In tegenstelling tot Bourges is er in Gramat reeds langer ongerustheid onder de omwonenden van het schietterrein van het Centre d'Études Atomique de Gramat dat gelegen is in het hart van het Parc Régional des Causses du Quercy, op enkele kilometers van Gramat (Lot). Reeds in november 1987 werd er een schietterrein voor het testen van wapens met verarmd uranium in gebruik genomen. In 1992 werd de Athéna site in gebruik genomen om de impact van uranium bevattende projectielen op doelwitten te bestuderen, wanneer dezen met een snelheid van meer dan 2.500 meter per seconde naar hun doel vliegen. In het bijzonder heeft men in Gramat de prestaties willen verifiëren van munities met verarmd uranium die aan heel hoge snelheden inslaan op doelwitten die zelf van verarmd uranium zijn gemaakt.
Er werd een vereniging opgericht om de lokale bevolking van Gramat te waarschuwen voor de risico's die verbonden zijn aan het gebruik van verarmd uranium. Verarmd uranium bevattende projectielen die inslaan op een pantserplaat veroorzaken het ontstaan van aërosolen van heel kleine kankerverwekkende metaaldeeltjes. Zowel in Bourges als in Gramat worden door de Service de Protection Radiologique des Armées analyses uitgevoerd van lucht-, water- en grondstalen om vervuiling door verarmd uranium te kunnen opsporen en meten. In Gramat wordt gebruik gemaakt van een “superdoos” oftewel “containment facility”. Dit is een witte metalen koepel van 17 meter in diameter met een 3 centimeter dikke wand. Een in een meterslange gang opgesteld kanon vuurt verarmd uranium-projectielen af om een metalen doelwit in de koepel te vernietigen. Binnen een fractie van een seconde nadat het projectiel de koepel via de openstaande toegangsdeur binnenvliegt, valt die deur dicht en wordt aldus de koepel hermetisch afgesloten. Op die manier probeert men besmetting van de buitenlucht met verarmd uranium te vermijden.
De ANDRA-inventaris over de besmetting van materialen met verarmd uranium op het testterrein van Gramat was in 1995 nog heel gedetailleerd. De ANDRA-inventarissen tot 1998 laten een toename zien van de tonnage van het met verarmd uranium besmet materiaal. Sinds 1998 valt het terrein van Gramat onder de ICPE-reglementering onder militaire supervisie. Vanaf dat jaar zijn de ANDRA-inventarissen beknopter en laten ze niet toe te achterhalen of de afvalstoffen die tijdens de testen van de voorgaande jaren werden opgestapeld, verplaatst werden. Het militaire geheim valt in zo'n goede aarde op het testterrein van Gramat dat ANDRA sinds 1999 geen rapport meer opstelt van de inventaris van het terrein van Gramat. Het is bovendien onbekend of de besmette producten die voortkomen uit de schiettesten, in Bourges en Gramat ter plaatse blijven of worden overgebracht naar de opslagruimtes van ANDRA in Soulaines.
Het risico van het militair gebruik van verarmd uranium voor de gezondheid
Het laag radioactieve verarmd uranium is vooral toxisch wanneer het het menselijk lichaam binnendringt door ademhaling, opname via het spijsverteringsstelsel of verwonding. Wanneer een verarmd-uraniumprojectiel zich doorheen de wand van een tank snijdt, worden substantiële uranium bevattende deeltjes geproduceerd die door de militairen – die zich binnenin of in de buurt van de tank bevinden – kunnen worden ingeademd. Door de inslag wegvliegende metaalfragmenten kunnen verwondingen veroorzaken waardoor verarmd uranium in het lichaam kan worden opgenomen. Terwijl een aantal studies concluderen dat het risico om kanker te ontwikkelen van interne stralingsblootstelling aan verarmd uranium heel klein is, bestaan er heel wat onzekerheden, in het bijzonder wat de schatting aangaat van de hoeveelheden die waarschijnlijk bij bovengenoemde omstandigheden worden ingeademd. Er is bovendien weinig geweten over de eigenschappen van de aërosolen die ontstaan bij de beschieting van pantservoertuigen. Deze aërosolen zijn steeds een mengsel van verarmd uranium en andere metaaldeeltjes.
Het CRIIRAD (Commission de Recherche et d'Information Indépendante sur la Radioactivité) verklaarde in 2001: “Verarmd uranium is een radioactieve substantie die een zwakke specifieke activiteit en een hoge stralingstoxiciteit kent. De Franse installaties die gemachtigd zijn om dit nucleair materiaal in bezit te hebben en te gebruiken, moeten de afscherming ervan verzekeren, zowel in normale als in toevallige situaties, teneinde elke blootstelling van het publiek te voorkomen (en in het bijzonder van kinderen en foetussen, de meest kwetsbare wezens in het geval van een besmetting.)”
Tekst: Willem Van den Panhuysen
Bronnen en referenties:
- ICBUW (2010) document over onderzoek naar uraniumwapens in Frankrijk, ongepubliceerd
- Jane's International Defence Review (1 januari 2000) New 'silver bullet' explored for French Army;
- Byrd-Davis, Mary Établissement technique de Bourges;
http://www.francenuc.org/fr_sites/cen_etab_f.htm
- Byrd-Davis, Mary Centre d'Études de Gramat; http://www.francenuc.org/fr_sites/midi_gram_f.htm
- Rossignol, Karen (2008) Les essaies d'obus à uranium appauvri dans la campagne berrichonne cécité paysagère ou confiance des riverains ?, e-mail: karen.rossignol@univ-nancy2.fr
- Larouserie, D. (december 2000) Enquête sur l'UA, in Sciences et Avenir, blz. 105.
- Chazel, Valérie; Houpert, Pascale; Paquet, François (2007) Characteristics, biokinetics and biological effects of depleted uranium used in weapons and the French nuclear industry, in Miller, Alexandra C. Depleted uranium – properties, uses and health consequences, blz. 21-22; CRC Press.
- Rodriguez, Manuel (2008oktober14) Uranium appauvri: ils veulent savoir; http://www.leberry.fr/editions_locales/bourges/uranium_appauvri_ils_veul...
- Barrillot Bruno (oktober 2000) La production des armes à l'uranium appauvri, Observatoire des armes nucléaires françaises, Cahier nr. 5, blz. 17-19
- Assemblée nationale (15 maart 2000); http://www.assemblee-nationale.fr/11/cri/html/20000153.asp
- Assemblée nationale (20 februari 2002), Commission de la Défense Nationale, compte rendu nr. 29; http://www.assemblee-nationale.fr/11/cr-cdef/01-02/c0102029.asp
- CRIIRAD (januari 2001) communiqué de presse; http://www.criirad.org/actualites/communiques/ua.com.enquete11.01.2001.html
- Acariès, Alain (2010) Uranium appauvri, crime contre l'humanité;
http://www.agoravox.fr/actualites/citoyennete/article/uranium-appauvri-crime-contre-l-75098






